BWBR0005682
Geldig vanaf 2019-02-01
Artikel 5.4
Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
1. Voordat Onze Minister een voordracht doet voor bestuursleden als bedoeld in artikel 5 van het Accreditatieverdrag, worden de vertegenwoordigers van de gezamenlijke instellingen voor hoger onderwijs en de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheids- en onderwijspersoneel gehoord.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het horen van de gezamenlijke studentenorganisaties, bedoeld in artikel 3.3, in verband met de voordracht van twee bestuursleden.
3. De bestuursleden die door Onze Minister worden voorgedragen zijn geen aan Onze Minister ondergeschikte ambtenaren.
4. Voordat het Comité van Ministers, bedoeld in het Accreditatieverdrag, een door Onze Minister voorgedragen bestuurslid schorst of ontslaat, worden de vertegenwoordigers van de gezamenlijke instellingen voor hoger onderwijs en de vakorganisaties, bedoeld in het eerste lid, door Onze Minister gehoord.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het horen van de gezamenlijke studentenorganisaties, bedoeld in artikel 3.3, in verband met de voordracht van twee bestuursleden.
3. De bestuursleden die door Onze Minister worden voorgedragen zijn geen aan Onze Minister ondergeschikte ambtenaren.
4. Voordat het Comité van Ministers, bedoeld in het Accreditatieverdrag, een door Onze Minister voorgedragen bestuurslid schorst of ontslaat, worden de vertegenwoordigers van de gezamenlijke instellingen voor hoger onderwijs en de vakorganisaties, bedoeld in het eerste lid, door Onze Minister gehoord.