BWBR0005279
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 67
Uniform Aanbestedingsreglement EG 1991
1. Een geschil tussen de bij de aanbesteding betrokkenen – daaronder begrepen een geschil dat slechts door een van de betrokkenen als zodanig wordt beschouwd –, dat ontstaat naar aanleiding van een aanbesteding waarop deze regeling van toepassing is, wordt beslecht door arbitrage overeenkomstig de regelen bedoeld in de statuten van de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in Nederland, zoals deze drie maanden voor de dag van de algemene bekendmaking van de aanbesteding of van de uitnodiging tot inschrijving luidden.
2. Onder betrokkenen, als bedoeld in het eerste lid, wordt tevens verstaan een vereniging van aannemingsbedrijven met volledige rechtsbevoegdheid, die zich tot doel stelt zowel de collectieve als de individuele belangen van haar leden te behartigen.
3. Degene, die een geschil, als bedoeld in het eerste lid, later dan drie maanden na de datum van de opdracht, bedoeld in artikel 32, derde lid, aanhangig maakt, is niet ontvankelijk in hetgeen hij vordert, tenzij het geschil voortvloeit uit een omstandigheid, welke eerst na het verloop van die termijn is gebleken. In dit laatste geval gaat de termijn van drie maanden in op de dag dat de desbetreffende omstandigheid is gebleken.
4. Indien bij een in kracht van gewijsde gegaan rechterlijk vonnis een uitspraak van het scheidsgerecht geheel of gedeeltelijk nietig wordt verklaard, heeft elk van de partijen het recht het geschil, voor zover het dientengevolge onbeslist is gebleven, opnieuw overeenkomstig dit artikel te doen beslechten. De vordering is niet ontvankelijk, indien de vordering later dan drie maanden na het in kracht van gewijsde gaan van de rechterlijke uitspraak bij de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in Nederland aanhangig wordt gemaakt. Degene die als scheidsman of secretaris aan de nietig verklaarde beslissing heeft medegewerkt, is niet gerechtigd aan de behandeling van laatstbedoelde vordering medewerking te verlenen.
2. Onder betrokkenen, als bedoeld in het eerste lid, wordt tevens verstaan een vereniging van aannemingsbedrijven met volledige rechtsbevoegdheid, die zich tot doel stelt zowel de collectieve als de individuele belangen van haar leden te behartigen.
3. Degene, die een geschil, als bedoeld in het eerste lid, later dan drie maanden na de datum van de opdracht, bedoeld in artikel 32, derde lid, aanhangig maakt, is niet ontvankelijk in hetgeen hij vordert, tenzij het geschil voortvloeit uit een omstandigheid, welke eerst na het verloop van die termijn is gebleken. In dit laatste geval gaat de termijn van drie maanden in op de dag dat de desbetreffende omstandigheid is gebleken.
4. Indien bij een in kracht van gewijsde gegaan rechterlijk vonnis een uitspraak van het scheidsgerecht geheel of gedeeltelijk nietig wordt verklaard, heeft elk van de partijen het recht het geschil, voor zover het dientengevolge onbeslist is gebleven, opnieuw overeenkomstig dit artikel te doen beslechten. De vordering is niet ontvankelijk, indien de vordering later dan drie maanden na het in kracht van gewijsde gaan van de rechterlijke uitspraak bij de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in Nederland aanhangig wordt gemaakt. Degene die als scheidsman of secretaris aan de nietig verklaarde beslissing heeft medegewerkt, is niet gerechtigd aan de behandeling van laatstbedoelde vordering medewerking te verlenen.