BWBR0005279
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 31
Uniform Aanbestedingsreglement EG 1991
1. De aanbesteder is niet verplicht het werk op te dragen.
2. Voor de opdracht van het werk komen alleen inschrijvers in aanmerking die zowel op de dag van aanbesteding als op de dag van opdrachtverlening voldoen aan de eisen die in het bestek en de bekendmaking zijn vermeld.
3. Onverminderd het tweede lid geschiedt de opdracht van het werk aan:
a. de inschrijver die de laagste prijs heeft aangeboden;
b. de inschrijver met de economisch meest voordelige aanbieding, indien in de bekendmaking of het bestek overeenkomstig artikel 10, vierde lid, een of meer gunningscriteria zijn vermeld die anders zijn dan alleen de laagste prijs.
4. De aanbesteder neemt slechts kennis van de bescheiden die zijn gesloten in de enveloppe, bedoeld in artikel 19, vierde lid, voor zover deze betrekking hebben op de aanbieding van de inschrijver, die ingevolge het derde lid van dit artikel voor de opdracht van het werk in aanmerking komt. De overige enveloppen zendt de aanbesteder ongeopend aan de daarop vermelde inschrijvers terug.
5. In afwijking van het tweede en derde lid is de aanbesteder niet gehouden het werk op te dragen aan de daarvoor in aanmerking komende inschrijver, indien deze inschrijver bij de aanbesteding of bij een aanbesteding, die minder dan vijf jaar geleden heeft plaatsgevonden, in strijd met de waarheid de verklaring, bedoeld in artikel 18, tweede lid, heeft ondertekend en afgegeven.
6. Een inschrijver kan de aanbesteder schriftelijk verzoeken in kennis te worden gesteld van de redenen die ertoe hebben geleid dat het werk niet aan hem is opgedragen. De aanbesteder deelt binnen 15 dagen na ontvangst van het verzoek aan de verzoeker schriftelijk deze redenen mede alsook de naam van degene aan wie het werk is opgedragen.
7. Onverminderd het zesde lid doet de aanbesteder voorts aan iedere inschrijver wiens aanbieding voldoet aan aan de eisen die in het bestek en de bekendmaking zijn vermeld, mededeling van de kenmerken en de relatieve voordelen van de aanbieding van degene aan wie het werk is opgedragen, alsmede van diens naam.
8. De aanbesteder kan besluiten van de in het zevende lid bedoelde gegevens geen mededeling te doen, indien openbaarmaking van die gegevens:
a. de toepassing van enige wettelijke bepaling in de weg staat;
b. in strijd is met het openbaar belang;
c. schade kan toebrengen aan de rechtmatige commerciële belangen van bepaalde openbare of particuliere ondernemingen, dan wel
d. de eerlijke mededinging tussen de aannemers kan schaden.
9. Voor de opdracht van het werk volgens een alternatieve aanbieding komt uitsluitend de inschrijver in aanmerking die deze aanbieding heeft gedaan.
10. Indien het werk mede omvat het door een inschrijver maken van een ontwerp, komt voor de opdracht van het werk volgens een ingediend ontwerp uitsluitend de inschrijver in aanmerking van wie het desbetreffende werk afkomstig is.
11. Indien twee of meer inschrijvers gelijkelijk voor de opdracht van het werk in aanmerking komen, beslist het lot aan wie van hen het werk zal worden opgedragen. De desbetreffende inschrijvers worden er tijdig van in kennis gesteld, dat een loting zal plaatsvinden en waar, wanneer en door wie de loting zal worden gehouden. Zij zijn bevoegd daarbij in persoon of bij gemachtigde tegenwoordig te zijn.
2. Voor de opdracht van het werk komen alleen inschrijvers in aanmerking die zowel op de dag van aanbesteding als op de dag van opdrachtverlening voldoen aan de eisen die in het bestek en de bekendmaking zijn vermeld.
3. Onverminderd het tweede lid geschiedt de opdracht van het werk aan:
a. de inschrijver die de laagste prijs heeft aangeboden;
b. de inschrijver met de economisch meest voordelige aanbieding, indien in de bekendmaking of het bestek overeenkomstig artikel 10, vierde lid, een of meer gunningscriteria zijn vermeld die anders zijn dan alleen de laagste prijs.
4. De aanbesteder neemt slechts kennis van de bescheiden die zijn gesloten in de enveloppe, bedoeld in artikel 19, vierde lid, voor zover deze betrekking hebben op de aanbieding van de inschrijver, die ingevolge het derde lid van dit artikel voor de opdracht van het werk in aanmerking komt. De overige enveloppen zendt de aanbesteder ongeopend aan de daarop vermelde inschrijvers terug.
5. In afwijking van het tweede en derde lid is de aanbesteder niet gehouden het werk op te dragen aan de daarvoor in aanmerking komende inschrijver, indien deze inschrijver bij de aanbesteding of bij een aanbesteding, die minder dan vijf jaar geleden heeft plaatsgevonden, in strijd met de waarheid de verklaring, bedoeld in artikel 18, tweede lid, heeft ondertekend en afgegeven.
6. Een inschrijver kan de aanbesteder schriftelijk verzoeken in kennis te worden gesteld van de redenen die ertoe hebben geleid dat het werk niet aan hem is opgedragen. De aanbesteder deelt binnen 15 dagen na ontvangst van het verzoek aan de verzoeker schriftelijk deze redenen mede alsook de naam van degene aan wie het werk is opgedragen.
7. Onverminderd het zesde lid doet de aanbesteder voorts aan iedere inschrijver wiens aanbieding voldoet aan aan de eisen die in het bestek en de bekendmaking zijn vermeld, mededeling van de kenmerken en de relatieve voordelen van de aanbieding van degene aan wie het werk is opgedragen, alsmede van diens naam.
8. De aanbesteder kan besluiten van de in het zevende lid bedoelde gegevens geen mededeling te doen, indien openbaarmaking van die gegevens:
a. de toepassing van enige wettelijke bepaling in de weg staat;
b. in strijd is met het openbaar belang;
c. schade kan toebrengen aan de rechtmatige commerciële belangen van bepaalde openbare of particuliere ondernemingen, dan wel
d. de eerlijke mededinging tussen de aannemers kan schaden.
9. Voor de opdracht van het werk volgens een alternatieve aanbieding komt uitsluitend de inschrijver in aanmerking die deze aanbieding heeft gedaan.
10. Indien het werk mede omvat het door een inschrijver maken van een ontwerp, komt voor de opdracht van het werk volgens een ingediend ontwerp uitsluitend de inschrijver in aanmerking van wie het desbetreffende werk afkomstig is.
11. Indien twee of meer inschrijvers gelijkelijk voor de opdracht van het werk in aanmerking komen, beslist het lot aan wie van hen het werk zal worden opgedragen. De desbetreffende inschrijvers worden er tijdig van in kennis gesteld, dat een loting zal plaatsvinden en waar, wanneer en door wie de loting zal worden gehouden. Zij zijn bevoegd daarbij in persoon of bij gemachtigde tegenwoordig te zijn.