BWBR0005279
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 38
Uniform Aanbestedingsreglement EG 1991
1. De termijn tussen de dag van verzending van de uitnodigingen, bedoeld in artikel 37, derde lid, en de dag van de aanbesteding bedraagt ten minste 40 dagen. Deze termijn kan worden verkort tot 26 dagen, indien:
a. de aanbesteder de vooraankondiging, bedoeld in artikel 60, ten minste 52 dagen en ten hoogste 12 maanden voor de toezending van de aankondiging, bedoeld in artikel 61, aan het Bureau voor officiële publicaties der Europese Gemeenschappen heeft toegezonden, en
b. de vooraankondiging, bedoeld in artikel 60, ten minste evenveel gegevens bevat als vermeld in standaardformulier B van de bij deze regeling behorende bijlage II of, in voorkomend geval, in standaardformulier B van de bij deze regeling behorende bijlage II, voorzover die gegevens op de datum van de bekendmaking van de vooraankondiging beschikbaar zijn.
2. Indien de inschrijvingen slechts na een bezichtiging ter plaatse of na inzage ter plaatse van de bij het bestek behorende stukken kunnen worden gedaan, worden de in het vorige lid bedoelde termijnen dienovereenkomstig verlengd.
3. Wanneer het om dringende redenen onmogelijk is de in de vorige leden bedoelde termijnen in acht te nemen, kan de aanbesteder de termijn voor de ontvangst van de inschrijvingen bepalen op ten minste 10 dagen, te rekenen vanaf de datum van de uitnodiging. De uitnodigingen tot inschrijving dienen in dat geval langs de snelst mogelijke kanalen te worden verzonden.
4. De aanbesteder verzendt, gelijktijdig met de uitnodigingen, aan een door hem niet gekozen gegadigde bericht, dat hij niet wordt uitgenodigd.
5. Een niet gekozen gegadigde kan de aanbesteder binnen 15 dagen na ontvangst van het bericht schriftelijk verzoeken in kennis te worden gesteld van de redenen die ertoe hebben geleid dat hij niet is uitgenodigd. De aanbesteder deelt binnen 15 dagen na ontvangst van dit verzoek aan de verzoeker schriftelijk deze redenen mede.
a. de aanbesteder de vooraankondiging, bedoeld in artikel 60, ten minste 52 dagen en ten hoogste 12 maanden voor de toezending van de aankondiging, bedoeld in artikel 61, aan het Bureau voor officiële publicaties der Europese Gemeenschappen heeft toegezonden, en
b. de vooraankondiging, bedoeld in artikel 60, ten minste evenveel gegevens bevat als vermeld in standaardformulier B van de bij deze regeling behorende bijlage II of, in voorkomend geval, in standaardformulier B van de bij deze regeling behorende bijlage II, voorzover die gegevens op de datum van de bekendmaking van de vooraankondiging beschikbaar zijn.
2. Indien de inschrijvingen slechts na een bezichtiging ter plaatse of na inzage ter plaatse van de bij het bestek behorende stukken kunnen worden gedaan, worden de in het vorige lid bedoelde termijnen dienovereenkomstig verlengd.
3. Wanneer het om dringende redenen onmogelijk is de in de vorige leden bedoelde termijnen in acht te nemen, kan de aanbesteder de termijn voor de ontvangst van de inschrijvingen bepalen op ten minste 10 dagen, te rekenen vanaf de datum van de uitnodiging. De uitnodigingen tot inschrijving dienen in dat geval langs de snelst mogelijke kanalen te worden verzonden.
4. De aanbesteder verzendt, gelijktijdig met de uitnodigingen, aan een door hem niet gekozen gegadigde bericht, dat hij niet wordt uitgenodigd.
5. Een niet gekozen gegadigde kan de aanbesteder binnen 15 dagen na ontvangst van het bericht schriftelijk verzoeken in kennis te worden gesteld van de redenen die ertoe hebben geleid dat hij niet is uitgenodigd. De aanbesteder deelt binnen 15 dagen na ontvangst van dit verzoek aan de verzoeker schriftelijk deze redenen mede.