BWBR0005239
Geldig vanaf 1991-10-19
Artikel 6
Beschikking ter zake van het tijdelijk uit produktie nemen van bouwland
1. De aanvrager dient ten minste 15% van zijn oppervlakte bouwland uit produktie te houden, met dien verstande dat de uit produktie te nemen oppervlakte ten minste uit 0,5 aaneengesloten hectare dient te bestaan.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde oppervlakte uit meerdere percelen bestaat, dienen deze afzonderlijk telkens uit ten minste 0,5 aaneengesloten hectare te bestaan.
3. De oppervlakte van het bouwland dat niet uit produktie wordt genomen mag niet groter zijn dan de voor dezelfde doeleinden met het oog op de oogst 1991 gebruikte oppervlakte, verminderd met de overeenkomstig deze beschikking uit produktie genomen oppervlakte.
4. De oppervlakte bouwland waarop gedurende de in artikel 5 genoemde periode graan, snijmais daaronder begrepen, wordt geteeld mag voorts niet groter zijn dan 85% van het met het oog op de oogst 1991 met graan bebouwde areaal.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde oppervlakte uit meerdere percelen bestaat, dienen deze afzonderlijk telkens uit ten minste 0,5 aaneengesloten hectare te bestaan.
3. De oppervlakte van het bouwland dat niet uit produktie wordt genomen mag niet groter zijn dan de voor dezelfde doeleinden met het oog op de oogst 1991 gebruikte oppervlakte, verminderd met de overeenkomstig deze beschikking uit produktie genomen oppervlakte.
4. De oppervlakte bouwland waarop gedurende de in artikel 5 genoemde periode graan, snijmais daaronder begrepen, wordt geteeld mag voorts niet groter zijn dan 85% van het met het oog op de oogst 1991 met graan bebouwde areaal.