BWBR0005239
Geldig vanaf 1991-10-19
Artikel 3
Beschikking ter zake van het tijdelijk uit produktie nemen van bouwland
1. De bijdrage kan worden verleend aan natuurlijke personen en aan rechtspersonen die blijkens de statuten de exploitatie van een landbouwbedrijf ten doel hebben, indien:
a. zij op het tijdstip van het indienen van de aanvraag voor eigen rekening en risico als eigenaar, zakelijk gerechtigde of pachter een landbouwbedrijf exploiteren met als zodanig in gebruik zijnd bouwland;
b. zij blijkens de gegevens van de landbouwtelling 1991 het landbouwbedrijf met het uit produktie te nemen bouwland als zodanig voor eigen rekening en risico hebben geëxploiteerd.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b, kan een bijdrage eveneens worden verleend indien natuurlijke personen of rechtspersonen na de landbouwtelling 1991 doch vóór het tijdstip van het indienen van de aanvraag een landbouwbedrijf als geheel in eigendom hebben verkregen, daarop een zakelijk recht hebben verkregen dan wel hebben gepacht of als eigenaar of verpachter van een landbouwbedrijf dit bedrijf weer als geheel in gebruik hebben verkregen, en indien dit bedrijf blijkens de gegevens van de landbouwtelling 1991 met het uit produktie te nemen bouwland als zodanig is geëxploiteerd.
3. Indien meer dan één natuurlijke of rechtsperesoon voor gezamenlijke rekening en risico een landbouwbedrijf exploiteren met als zodanig in gebruik zijnd bouwland, kan de bijdrage worden verleend indien ten minste één van de natuurlijke of rechtspersonen op het tijdstip van de indiening van de aanvraag eigenaar, zakelijk gerechtigde dan wel pachter van dit landbouwbedrijf is en overigens wordt voldaan aan het bepaalde in dit artikel.
a. zij op het tijdstip van het indienen van de aanvraag voor eigen rekening en risico als eigenaar, zakelijk gerechtigde of pachter een landbouwbedrijf exploiteren met als zodanig in gebruik zijnd bouwland;
b. zij blijkens de gegevens van de landbouwtelling 1991 het landbouwbedrijf met het uit produktie te nemen bouwland als zodanig voor eigen rekening en risico hebben geëxploiteerd.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b, kan een bijdrage eveneens worden verleend indien natuurlijke personen of rechtspersonen na de landbouwtelling 1991 doch vóór het tijdstip van het indienen van de aanvraag een landbouwbedrijf als geheel in eigendom hebben verkregen, daarop een zakelijk recht hebben verkregen dan wel hebben gepacht of als eigenaar of verpachter van een landbouwbedrijf dit bedrijf weer als geheel in gebruik hebben verkregen, en indien dit bedrijf blijkens de gegevens van de landbouwtelling 1991 met het uit produktie te nemen bouwland als zodanig is geëxploiteerd.
3. Indien meer dan één natuurlijke of rechtsperesoon voor gezamenlijke rekening en risico een landbouwbedrijf exploiteren met als zodanig in gebruik zijnd bouwland, kan de bijdrage worden verleend indien ten minste één van de natuurlijke of rechtspersonen op het tijdstip van de indiening van de aanvraag eigenaar, zakelijk gerechtigde dan wel pachter van dit landbouwbedrijf is en overigens wordt voldaan aan het bepaalde in dit artikel.