BWBR0005238
Geldig vanaf 2001-07-01
Artikel 27
Rechtspositiebesluit voorzitters waterschappen
1. Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de voorzitter wordt aan de achterblijvende levenspartner ten laste van het waterschap een bedrag uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging waarop de overleden voorzitter op de dag van het overlijden recht had, over een tijdvak van drie maanden, vermeerderd met de vakantietoelage. Op het bedrag, bedoeld in de eerste volzin, wordt in mindering gebracht een uitkering overeenkomstig artikel 53 van de WAO en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen. Het gestelde in artikel 102b, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglementis van overeenkomstige toepassing.
2. Indien de overledene geen levenspartner nalaat, geschiedt de in het eerste lid bedoelde uitkering ten behoeve van de minderjarige wettige kinderen of natuurlijke kinderen, dan wel pleegkinderen. Ontbreken ook deze, dan geschiedt de uitkering, indien de overledene kostwinner was van ouders, meerderjarige kinderen, broers of zusters, ten behoeve van deze betrekkingen.
3. De uitkering wordt als een netto-bedrag aan belanghebbenden uitbetaald.
4. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder levenspartner verstaan de echtgenoot, echtgenote of de geregistreerde partner van de voorzitter dan wel degene met wie de niet gehuwde voorzitter samenwoont en met het oogmerk duurzaam samen te leven – een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract, bevattende de wederzijdse rechten en plichten ter zake daarvan. Tegelijkertijd kan slechts één persoon als levenspartner worden aangemerkt. Het dagelijks bestuur van het waterschap kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als bedoeld in de eerste volzin is gesloten.
2. Indien de overledene geen levenspartner nalaat, geschiedt de in het eerste lid bedoelde uitkering ten behoeve van de minderjarige wettige kinderen of natuurlijke kinderen, dan wel pleegkinderen. Ontbreken ook deze, dan geschiedt de uitkering, indien de overledene kostwinner was van ouders, meerderjarige kinderen, broers of zusters, ten behoeve van deze betrekkingen.
3. De uitkering wordt als een netto-bedrag aan belanghebbenden uitbetaald.
4. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder levenspartner verstaan de echtgenoot, echtgenote of de geregistreerde partner van de voorzitter dan wel degene met wie de niet gehuwde voorzitter samenwoont en met het oogmerk duurzaam samen te leven – een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract, bevattende de wederzijdse rechten en plichten ter zake daarvan. Tegelijkertijd kan slechts één persoon als levenspartner worden aangemerkt. Het dagelijks bestuur van het waterschap kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als bedoeld in de eerste volzin is gesloten.