BWBR0005238
Geldig vanaf 2001-07-01
Artikel 26
Rechtspositiebesluit voorzitters waterschappen
1. De voorzitter heeft ten laste van het waterschap recht op een uitkering bij eervol ontslag of niet-herbenoeming anders dan op eigen aanvraag.
2. De hoogte en de duur van de uitkering ingevolge het eerste lid worden berekend op basis van de Werkloosheidsweten het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk, met dien verstande dat bij eervol ontslag wegens opheffing van het waterschap de uitkering:
a. voor ten minste twee jaar wordt toegekend;
b. gedurende het eerste jaar na ontslag 100% en vervolgens 6 maanden 80% van het voor hem geldende dagloon, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk bedraagt;
c. indien de voorzitter op de dag voorafgaand aan de datum van opheffing 55 jaar of ouder is, gedurende het eerste jaar na het ontslag de uitkering 100%, 6 maanden 80% en vervolgens 75% van het voor hem geldende dagloon, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van het Besluit bovenwettelijk uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk, bedraagt;
d. indien de voorzitter op de dag voorafgaand aan de datum van opheffing 58 jaar of ouder is, gedurende het eerste jaar na het ontslag de uitkering 100%, het tweede jaar 90% en vervolgens 75% van het voor hem geldend dagloon, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk bedraagt.
3. Het verplichtingen- en sanctieregime van de Werkloosheidswetis van overeenkomstige toepassing.
4. Indien de voorzitter ter zake van het ontslag, bedoeld in het eerste lid, recht heeft op een uitkering ingevolge de Werkloosheidswetwordt de in het eerste lid bedoelde uitkering met die uitkering verminderd.
5. Het eerste tot en met het vierde lid is niet van toepassing op voorzitters die geen overheidswerknemer in de zin van Wet privatisering ABPzijn.
2. De hoogte en de duur van de uitkering ingevolge het eerste lid worden berekend op basis van de Werkloosheidsweten het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk, met dien verstande dat bij eervol ontslag wegens opheffing van het waterschap de uitkering:
a. voor ten minste twee jaar wordt toegekend;
b. gedurende het eerste jaar na ontslag 100% en vervolgens 6 maanden 80% van het voor hem geldende dagloon, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk bedraagt;
c. indien de voorzitter op de dag voorafgaand aan de datum van opheffing 55 jaar of ouder is, gedurende het eerste jaar na het ontslag de uitkering 100%, 6 maanden 80% en vervolgens 75% van het voor hem geldende dagloon, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van het Besluit bovenwettelijk uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk, bedraagt;
d. indien de voorzitter op de dag voorafgaand aan de datum van opheffing 58 jaar of ouder is, gedurende het eerste jaar na het ontslag de uitkering 100%, het tweede jaar 90% en vervolgens 75% van het voor hem geldend dagloon, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk bedraagt.
3. Het verplichtingen- en sanctieregime van de Werkloosheidswetis van overeenkomstige toepassing.
4. Indien de voorzitter ter zake van het ontslag, bedoeld in het eerste lid, recht heeft op een uitkering ingevolge de Werkloosheidswetwordt de in het eerste lid bedoelde uitkering met die uitkering verminderd.
5. Het eerste tot en met het vierde lid is niet van toepassing op voorzitters die geen overheidswerknemer in de zin van Wet privatisering ABPzijn.