BWBR0005238
Geldig vanaf 2001-07-01
Artikel 12
Rechtspositiebesluit voorzitters waterschappen
1. Dit artikel is uitsluitend van toepassing gedurende de eerste 52 weken waarin de voorzitter ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte.
2. Voor het berekenen van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
3. Op aanwijzing van het algemeen bestuur van het waterschap wordt de doorbetaling van bezoldiging gestaakt wanneer en voor zolang de voorzitter:
a. weigert zich te onderwerpen aan een door het algemeen bestuur van het waterschap noodzakelijk geacht onderzoek vanwege een door het dagelijks bestuur van het waterschap aangewezen bedrijfsarts of, na voor een dergelijk onderzoek te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt;
b. zich zodanig gedraagt dat zijn genezing naar het oordeel van het algemeen bestuur van het waterschap ernstig wordt belemmerd of vertraagd.
4. In de gevallen, bedoeld in het derde lid, kan het algemeen bestuur van het waterschap op grond van bijzondere omstandigheden bepalen, dat het bedrag van de ingehouden bezoldiging geheel of ten dele aan anderen dan aan de voorzitter zal worden uitbetaald.
5. Voor zover het algemeen bestuur van het waterschap van zijn bevoegdheid, bedoeld in het vierde lid, geen gebruik heeft gemaakt wordt de ingevolge het derde lid ingehouden bezoldiging alsnog aan de voorzitter uitbetaald wanneer uit een verklaring van een (of meer) aangewezen arts(en) blijkt dat het geval op grond waarvan doorbetaling van bezoldiging werd gestaakt, zich niet of niet meer voordoet.
2. Voor het berekenen van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
3. Op aanwijzing van het algemeen bestuur van het waterschap wordt de doorbetaling van bezoldiging gestaakt wanneer en voor zolang de voorzitter:
a. weigert zich te onderwerpen aan een door het algemeen bestuur van het waterschap noodzakelijk geacht onderzoek vanwege een door het dagelijks bestuur van het waterschap aangewezen bedrijfsarts of, na voor een dergelijk onderzoek te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt;
b. zich zodanig gedraagt dat zijn genezing naar het oordeel van het algemeen bestuur van het waterschap ernstig wordt belemmerd of vertraagd.
4. In de gevallen, bedoeld in het derde lid, kan het algemeen bestuur van het waterschap op grond van bijzondere omstandigheden bepalen, dat het bedrag van de ingehouden bezoldiging geheel of ten dele aan anderen dan aan de voorzitter zal worden uitbetaald.
5. Voor zover het algemeen bestuur van het waterschap van zijn bevoegdheid, bedoeld in het vierde lid, geen gebruik heeft gemaakt wordt de ingevolge het derde lid ingehouden bezoldiging alsnog aan de voorzitter uitbetaald wanneer uit een verklaring van een (of meer) aangewezen arts(en) blijkt dat het geval op grond waarvan doorbetaling van bezoldiging werd gestaakt, zich niet of niet meer voordoet.