BWBR0004996
Geldig vanaf 2002-10-25
Artikel 8
Besluit politieregisters
1. Indien wordt besloten tot het aanleggen van een tijdelijk register, wordt daarbij vooraf schriftelijk vastgelegd:
a. het doel van het tijdelijke register met inbegrip van een nauwkeurige omschrijving van het bepaalde geval, zo mogelijk aangeduid naar tijd en plaats;
b. de datum waarop met het aanleggen van het tijdelijke register wordt begonnen.
2. De beheerder stelt binnen een week nadat is begonnen met het aanleggen van het tijdelijke register, het gezag dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de politietaak ten dienste waarvan het is aangelegd, daarvan in kennis, tenzij het inmiddels is vernietigd.
3. De artikelen 6, tweede lid, en 9, eerste lid, van de wet, alsmede artikel 3, eerste lid, van dit besluitzijn op het tijdelijke register niet van toepassing gedurende twaalf maanden na de datum, bedoeld in het eerste lid, onder b. Het bevoegd gezag kan deze termijn één of meer malen verlengen voor de duur van ten hoogste zes maanden, indien het doel waarvoor het tijdelijke register is aangelegd door de bekendmaking en de terinzagelegging van een reglement ernstig in gevaar zou worden gebracht en de beheerder een regeling heeft getroffen met betrekking tot de onderwerpen, bedoeld in artikel 10 van de wet. Van elke beslissing tot verlenging wordt melding gemaakt aan het College bescherming persoonsgegevens.
4. Indien dit uit het doel waarvoor het tijdelijke register is aangelegd, voortvloeit, kan het tijdelijke register worden overgedragen aan een andere beheerder of worden samengevoegd met een ander register als bedoeld in het eerste lid. Het tweede lid is alsdan van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het nieuwe gezag.
5. Indien het tijdelijke register wordt overgedragen of samengevoegd, wordt de termijn, bedoeld in het derde lid, niet geschorst. Bestaat er voor het tijdelijke register een reglement, dan wordt dit dienovereenkomstig aangepast. Indien het tijdelijke register wordt overgedragen kan het doel niet worden gewijzigd. Indien het tijdelijke register wordt samengevoegd met een ander register kan het doel slechts worden verruimd met toestemming van
a. de officier van justitie, indien het betreft een register dat is aangelegd met het oog op de uitvoering van een taak onder diens gezag of
b. de burgemeester, indien het betreft een register dat is aangelegd met het oog op de uitvoering van een taak onder diens gezag.
6. Bij dringende noodzakelijkheid kan in plaats van de officier van justitie de hulpofficier van justitie en in plaats van de burgemeester een door hem schriftelijk aangewezen politie-ambtenaar de toestemming als bedoeld in het vijfde lid, geven, onder de verplichting om van de ondernomen handeling onverwijld schriftelijk kennis te geven aan de officier van justitie onderscheidenlijk de burgemeester.
7. Het College bescherming persoonsgegevens wordt van een samenvoeging of een overdracht zo spoedig mogelijk in kennis gesteld, onder vermelding van de datum daarvan.
8. Indien het doel met het oog waarop het tijdelijke register is aangelegd, is bereikt, worden de daarin opgenomen persoonsgegevens zo spoedig mogelijk vernietigd voor zover deze geen betekenis hebben voor een eventueel verder strafrechtelijk onderzoek in het bepaalde geval als omschreven krachtens het eerste lid, onder a, dan wel het vijfde of zesde lid.
9. Van de vernietiging als bedoeld in het achtste lid, wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat gedurende twee jaren wordt bewaard op zodanige wijze dat dit desgevraagd onmiddellijk aan de daartoe bevoegde organen ter inzake kan worden gegeven.
a. het doel van het tijdelijke register met inbegrip van een nauwkeurige omschrijving van het bepaalde geval, zo mogelijk aangeduid naar tijd en plaats;
b. de datum waarop met het aanleggen van het tijdelijke register wordt begonnen.
2. De beheerder stelt binnen een week nadat is begonnen met het aanleggen van het tijdelijke register, het gezag dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de politietaak ten dienste waarvan het is aangelegd, daarvan in kennis, tenzij het inmiddels is vernietigd.
3. De artikelen 6, tweede lid, en 9, eerste lid, van de wet, alsmede artikel 3, eerste lid, van dit besluitzijn op het tijdelijke register niet van toepassing gedurende twaalf maanden na de datum, bedoeld in het eerste lid, onder b. Het bevoegd gezag kan deze termijn één of meer malen verlengen voor de duur van ten hoogste zes maanden, indien het doel waarvoor het tijdelijke register is aangelegd door de bekendmaking en de terinzagelegging van een reglement ernstig in gevaar zou worden gebracht en de beheerder een regeling heeft getroffen met betrekking tot de onderwerpen, bedoeld in artikel 10 van de wet. Van elke beslissing tot verlenging wordt melding gemaakt aan het College bescherming persoonsgegevens.
4. Indien dit uit het doel waarvoor het tijdelijke register is aangelegd, voortvloeit, kan het tijdelijke register worden overgedragen aan een andere beheerder of worden samengevoegd met een ander register als bedoeld in het eerste lid. Het tweede lid is alsdan van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het nieuwe gezag.
5. Indien het tijdelijke register wordt overgedragen of samengevoegd, wordt de termijn, bedoeld in het derde lid, niet geschorst. Bestaat er voor het tijdelijke register een reglement, dan wordt dit dienovereenkomstig aangepast. Indien het tijdelijke register wordt overgedragen kan het doel niet worden gewijzigd. Indien het tijdelijke register wordt samengevoegd met een ander register kan het doel slechts worden verruimd met toestemming van
a. de officier van justitie, indien het betreft een register dat is aangelegd met het oog op de uitvoering van een taak onder diens gezag of
b. de burgemeester, indien het betreft een register dat is aangelegd met het oog op de uitvoering van een taak onder diens gezag.
6. Bij dringende noodzakelijkheid kan in plaats van de officier van justitie de hulpofficier van justitie en in plaats van de burgemeester een door hem schriftelijk aangewezen politie-ambtenaar de toestemming als bedoeld in het vijfde lid, geven, onder de verplichting om van de ondernomen handeling onverwijld schriftelijk kennis te geven aan de officier van justitie onderscheidenlijk de burgemeester.
7. Het College bescherming persoonsgegevens wordt van een samenvoeging of een overdracht zo spoedig mogelijk in kennis gesteld, onder vermelding van de datum daarvan.
8. Indien het doel met het oog waarop het tijdelijke register is aangelegd, is bereikt, worden de daarin opgenomen persoonsgegevens zo spoedig mogelijk vernietigd voor zover deze geen betekenis hebben voor een eventueel verder strafrechtelijk onderzoek in het bepaalde geval als omschreven krachtens het eerste lid, onder a, dan wel het vijfde of zesde lid.
9. Van de vernietiging als bedoeld in het achtste lid, wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat gedurende twee jaren wordt bewaard op zodanige wijze dat dit desgevraagd onmiddellijk aan de daartoe bevoegde organen ter inzake kan worden gegeven.