BWBR0004996
Geldig vanaf 2002-10-25
Artikel 17
Besluit politieregisters
1. Een gegeven kan rechtstreeks langs geautomatiseerde weg uit een politieregister worden verstrekt aan de personen die daartoe een schriftelijke autorisatie voor een daarbij omschreven doel van de beheerder hebben gekregen. De autorisatie kan slechts worden verleend aan de ambtenaren, bedoeld in artikel 14, onder a en b, van de wet, aan de personen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onder a, van dit besluit, aan de leden van het openbaar ministerie, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a, van de wet, voorzover noodzakelijk voor strafvorderlijke beslissingen omtrent opsporing en vervolging en de hulp aan slachtoffers van strafbare feiten, alsmede aan bepaalde, daartoe aangewezen ambtenaren in dienst van Onze Minister van Justitie, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel ee, voor de verstrekking van bepaalde categorieën van politiegegevens met het oog op het nemen van beslissingen omtrent de toegang, het verblijf of de ongewenstverklaring, als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000, de Rijkswet op het Nederlanderschapof een verdrag dan wel een voor Nederland bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, als bedoeld in artikel 112 van de Vreemdelingenwet 2000.
2. De autorisatie kan tijdelijk of voor onbepaalde tijd worden verleend. Daaraan kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften verbonden.
3. Een gegeven kan rechtstreeks langs geautomatiseerde weg uit een politieregister worden verstrekt aan degenen die daartoe gerechtigd zijn met het oog op de uitvoering van opdrachten voortvloeiende uit de signalering van personen.
4. De beheerder treft de nodige voorzieningen van technische en organisatorische aard die er toe strekken te waarborgen dat geen verstrekkingen ingevolge het eerste lid worden gedaan anders dan in overeenstemming met een verleende autorisatie.
5. Van een verstrekking ingevolge het eerste lid wordt in alle gevallen langs geautomatiseerde weg aantekening gehouden.
6. Indien de handhaving van het verstrekkingenregime anderszins afdoende is gewaarborgd, kan, het College bescherming persoonsgegevens gehoord, van de verplichting, bedoeld in het vijfde lid, vrijstelling of ontheffing worden verleend door
a. Onze Minister van Justitie, indien het verstrekkingen betreft uit een register dat is aangelegd met het oog op de uitvoering van een taak onder het gezag van de officier van justitie of
b. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, indien het verstrekkingen betreft uit een register dat is aangelegd met het oog op de uitvoering van een taak onder het gezag van de burgemeester.
7. Aan een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het zesde lid, kunnen voorschriften worden verbonden.
2. De autorisatie kan tijdelijk of voor onbepaalde tijd worden verleend. Daaraan kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften verbonden.
3. Een gegeven kan rechtstreeks langs geautomatiseerde weg uit een politieregister worden verstrekt aan degenen die daartoe gerechtigd zijn met het oog op de uitvoering van opdrachten voortvloeiende uit de signalering van personen.
4. De beheerder treft de nodige voorzieningen van technische en organisatorische aard die er toe strekken te waarborgen dat geen verstrekkingen ingevolge het eerste lid worden gedaan anders dan in overeenstemming met een verleende autorisatie.
5. Van een verstrekking ingevolge het eerste lid wordt in alle gevallen langs geautomatiseerde weg aantekening gehouden.
6. Indien de handhaving van het verstrekkingenregime anderszins afdoende is gewaarborgd, kan, het College bescherming persoonsgegevens gehoord, van de verplichting, bedoeld in het vijfde lid, vrijstelling of ontheffing worden verleend door
a. Onze Minister van Justitie, indien het verstrekkingen betreft uit een register dat is aangelegd met het oog op de uitvoering van een taak onder het gezag van de officier van justitie of
b. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, indien het verstrekkingen betreft uit een register dat is aangelegd met het oog op de uitvoering van een taak onder het gezag van de burgemeester.
7. Aan een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het zesde lid, kunnen voorschriften worden verbonden.