BWBR0004996
Geldig vanaf 2002-10-25
Artikel 11
Besluit politieregisters
1. Een beheerder is bevoegd verstrekking van gegevens uit een politieregister ingevolge de artikelen 14en 15, eerste lid, onder b en c, van de wette weigeren indien:
a. het gegevens betreft omtrent personen die aan de politie informatie hebben verstrekt omtrent door anderen gepleegde of te plegen strafbare feiten;
b. het gegevens uit een register betreft waarbij, mede gelet op de bijzondere aard van het register, in geval van verstrekking direct gevaar voor de geregistreerde of voor derden zou zijn te duchten.
2. Verstrekking van gegevens uit een politieregister ingevolge de artikelen 14en 15, eerste lid, onder b en c, van de wetkan achterwege worden gelaten indien de desbetreffende gegevens slechts konden worden verkregen onder de voorwaarde dat deze alleen voor een bepaald doel zouden worden gebruikt en de verstrekking een ander doel zou betreffen. Het bestaan van een dergelijke voorwaarde kan slechts worden aangenomen indien van de voorwaarde blijkt uit een proces-verbaal en van het bestaan van een dergelijke voorwaarde aantekening is gehouden in datzelfde register.
3. Het eerste en tweede lid vinden slechts toepassing indien dit noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de politietaak. Bij de verstrekking van de daar bedoelde gegevens kunnen beperkingen aan het gebruik van de gegevens worden opgelegd.
a. het gegevens betreft omtrent personen die aan de politie informatie hebben verstrekt omtrent door anderen gepleegde of te plegen strafbare feiten;
b. het gegevens uit een register betreft waarbij, mede gelet op de bijzondere aard van het register, in geval van verstrekking direct gevaar voor de geregistreerde of voor derden zou zijn te duchten.
2. Verstrekking van gegevens uit een politieregister ingevolge de artikelen 14en 15, eerste lid, onder b en c, van de wetkan achterwege worden gelaten indien de desbetreffende gegevens slechts konden worden verkregen onder de voorwaarde dat deze alleen voor een bepaald doel zouden worden gebruikt en de verstrekking een ander doel zou betreffen. Het bestaan van een dergelijke voorwaarde kan slechts worden aangenomen indien van de voorwaarde blijkt uit een proces-verbaal en van het bestaan van een dergelijke voorwaarde aantekening is gehouden in datzelfde register.
3. Het eerste en tweede lid vinden slechts toepassing indien dit noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de politietaak. Bij de verstrekking van de daar bedoelde gegevens kunnen beperkingen aan het gebruik van de gegevens worden opgelegd.