BWBR0004996
Geldig vanaf 2002-10-25
Artikel 15
Besluit politieregisters
1. Verstrekking van gegevens uit een politieregister ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek en statistiek vindt slechts plaats nadat aan de betrokken onderzoeker daartoe een machtiging is verleend door:
a. Onze Minister van Justitie, indien het gegevens betreft uit een register dat is aangelegd met het oog op de uitvoering van een taak onder het gezag van de officier van justitie of
b. de burgemeester, indien het gegevens betreft uit een register dat is aangelegd met het oog op de uitvoering van een taak onder het gezag van de burgemeester.
2. De machtiging als bedoeld in het eerste lid, wordt slechts gegeven indien
a. het onderzoek een algemeen belang dient;
b. de organisatie van de politie niet onnodig wordt belast;
c. het onderzoek niet zonder de betrokken gegevens kan worden uitgevoerd en
d. de persoonlijke levenssfeer van de geregistreerden niet onevenredig wordt geschaad.
3. Rechtstreekse benadering van geregistreerden door de onderzoeker vindt niet plaats, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan in de machtiging ingevolge het eerste lid. Deze toestemming kan slechts worden verleend indien rechtstreekse benadering voor het doel van het onderzoek onvermijdelijk is.
4. De beheerder kan een machtiging verlenen tot verstrekking van gegevens uit een politieregister ten behoeve van de interne bedrijfsstatistiek aan personen werkzaam binnen de politie-organisatie, indien de persoonlijke levenssfeer van de geregistreerden daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
5. Aan de machtiging als bedoeld in het eerste en vierde lid, kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
a. Onze Minister van Justitie, indien het gegevens betreft uit een register dat is aangelegd met het oog op de uitvoering van een taak onder het gezag van de officier van justitie of
b. de burgemeester, indien het gegevens betreft uit een register dat is aangelegd met het oog op de uitvoering van een taak onder het gezag van de burgemeester.
2. De machtiging als bedoeld in het eerste lid, wordt slechts gegeven indien
a. het onderzoek een algemeen belang dient;
b. de organisatie van de politie niet onnodig wordt belast;
c. het onderzoek niet zonder de betrokken gegevens kan worden uitgevoerd en
d. de persoonlijke levenssfeer van de geregistreerden niet onevenredig wordt geschaad.
3. Rechtstreekse benadering van geregistreerden door de onderzoeker vindt niet plaats, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan in de machtiging ingevolge het eerste lid. Deze toestemming kan slechts worden verleend indien rechtstreekse benadering voor het doel van het onderzoek onvermijdelijk is.
4. De beheerder kan een machtiging verlenen tot verstrekking van gegevens uit een politieregister ten behoeve van de interne bedrijfsstatistiek aan personen werkzaam binnen de politie-organisatie, indien de persoonlijke levenssfeer van de geregistreerden daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
5. Aan de machtiging als bedoeld in het eerste en vierde lid, kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.