BWBR0004996
Geldig vanaf 2002-10-25
Artikel 12
Besluit politieregisters
1. Er worden geen gegevens uit een politieregister verstrekt ingevolge de artikelen 14en 15, eerste lid, van de wet, indien de verstrekking een ander doel zou betreffen dan waarvoor het register is aangelegd:
a. wanneer het register uitsluitend is aangelegd met het oog op de uitvoering van de hulpverleningstaak van de politie, tenzij met uitdrukkelijke instemming van de geregistreerde;
b. wanneer het een register bij het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties betreft, tenzij: 1°. de verstrekking plaatsvindt ten behoeve van de opneming in een register zware criminaliteit of een voorlopig register;
2°. uit de gegevens zelf een redelijk vermoeden voortvloeit dat een bepaalde persoon een misdrijf heeft begaan;
3°. de gegevensverstrekking plaatsvindt op grond van artikel 15, eerste lid, onder a, van de wet, en deze gegevens redelijkerwijs van belang kunnen zijn ter voorkoming of opsporing van misdrijven als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder k, van de wet;
4°. de verstrekking plaatsvindt op grond van artikel 13, derde lid, en het gegevens betreft die noodzakelijk zijn ter opsporing van een misdrijf waardoor de rechtsorde in het verzoekende land ernstig is geschokt.
1°. de verstrekking plaatsvindt ten behoeve van de opneming in een register zware criminaliteit of een voorlopig register;
2°. uit de gegevens zelf een redelijk vermoeden voortvloeit dat een bepaalde persoon een misdrijf heeft begaan;
3°. de gegevensverstrekking plaatsvindt op grond van artikel 15, eerste lid, onder a, van de wet, en deze gegevens redelijkerwijs van belang kunnen zijn ter voorkoming of opsporing van misdrijven als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder k, van de wet;
4°. de verstrekking plaatsvindt op grond van artikel 13, derde lid, en het gegevens betreft die noodzakelijk zijn ter opsporing van een misdrijf waardoor de rechtsorde in het verzoekende land ernstig is geschokt.
2. Er worden geen gegevens uit een politieregister verstrekt ingevolge de artikelen 14en 15, eerste lid, van de wetomtrent de uitoefening door de geregistreerde van het recht op kennisneming of verbetering ingevolge de artikelen 20, eerste lid, onderscheidenlijk 22, eerste lid, van de wet.
3. Gegevens die betrekking hebben op de in artikel 5, eerste lid, van de wet genoemde kenmerken, worden slechts verstrekt
a. ingevolge artikel 14 van de wet voor zover dit noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de politietaak;
b. ingevolge artikel 15, eerste lid, 16, eerste lid, en krachtens artikel 18 van de wet voor zover dit onvermijdelijk is voor de goede uitvoering van de taak met het oog waarop wordt verstrekt.
4. Bij een verstrekking van gegevens als bedoeld in het derde lid, wordt de daarbij ingevolge artikel 3, derde lid, opgenomen aanduiding omtrent de betrouwbaarheid vermeld.
a. wanneer het register uitsluitend is aangelegd met het oog op de uitvoering van de hulpverleningstaak van de politie, tenzij met uitdrukkelijke instemming van de geregistreerde;
b. wanneer het een register bij het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties betreft, tenzij: 1°. de verstrekking plaatsvindt ten behoeve van de opneming in een register zware criminaliteit of een voorlopig register;
2°. uit de gegevens zelf een redelijk vermoeden voortvloeit dat een bepaalde persoon een misdrijf heeft begaan;
3°. de gegevensverstrekking plaatsvindt op grond van artikel 15, eerste lid, onder a, van de wet, en deze gegevens redelijkerwijs van belang kunnen zijn ter voorkoming of opsporing van misdrijven als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder k, van de wet;
4°. de verstrekking plaatsvindt op grond van artikel 13, derde lid, en het gegevens betreft die noodzakelijk zijn ter opsporing van een misdrijf waardoor de rechtsorde in het verzoekende land ernstig is geschokt.
1°. de verstrekking plaatsvindt ten behoeve van de opneming in een register zware criminaliteit of een voorlopig register;
2°. uit de gegevens zelf een redelijk vermoeden voortvloeit dat een bepaalde persoon een misdrijf heeft begaan;
3°. de gegevensverstrekking plaatsvindt op grond van artikel 15, eerste lid, onder a, van de wet, en deze gegevens redelijkerwijs van belang kunnen zijn ter voorkoming of opsporing van misdrijven als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder k, van de wet;
4°. de verstrekking plaatsvindt op grond van artikel 13, derde lid, en het gegevens betreft die noodzakelijk zijn ter opsporing van een misdrijf waardoor de rechtsorde in het verzoekende land ernstig is geschokt.
2. Er worden geen gegevens uit een politieregister verstrekt ingevolge de artikelen 14en 15, eerste lid, van de wetomtrent de uitoefening door de geregistreerde van het recht op kennisneming of verbetering ingevolge de artikelen 20, eerste lid, onderscheidenlijk 22, eerste lid, van de wet.
3. Gegevens die betrekking hebben op de in artikel 5, eerste lid, van de wet genoemde kenmerken, worden slechts verstrekt
a. ingevolge artikel 14 van de wet voor zover dit noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de politietaak;
b. ingevolge artikel 15, eerste lid, 16, eerste lid, en krachtens artikel 18 van de wet voor zover dit onvermijdelijk is voor de goede uitvoering van de taak met het oog waarop wordt verstrekt.
4. Bij een verstrekking van gegevens als bedoeld in het derde lid, wordt de daarbij ingevolge artikel 3, derde lid, opgenomen aanduiding omtrent de betrouwbaarheid vermeld.