BWBR0004892
Geldig vanaf 1990-01-01
Artikel 23
Besluit tijdelijke regeling subsidiëring jeugdhulpverlening
1. In de gevallen, genoemd in artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is de subsidie-ontvanger aan Onze Minister een door hem te bepalen vergoeding voor vermogensvorming verschuldigd. De vergoeding bestaat uit het bedrag waarmee de subsidiëring door de Staat heeft bijgedragen aan de vermogensvorming in verhouding tot de andere middelen die daaraan hebben bijgedragen.
2. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de eigendommen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat bij verlies of beschadiging van eigendommen wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de uitvoerder of door degene die een steunfunctie verzorgt is ontvangen. Indien het een onroerende zaak betreft, geschiedt de waardebepaling door één of drie onafhankelijke deskundigen.
3. Indien de werkzaamheden van de uitvoerder of van degene die een steunfunctie verzorgt met toestemming van Onze minister door een andere uitvoerder of verzorger van een steunfunctie worden voortgezet en de activa en passiva tegen boekwaarde aan die ander in eigendom worden overgedragen, is de uitvoerder of degene die een steunfunctie verzorgt ter zake in afwijking van het eerste lid geen vergoeding verschuldigd.
2. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de eigendommen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat bij verlies of beschadiging van eigendommen wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de uitvoerder of door degene die een steunfunctie verzorgt is ontvangen. Indien het een onroerende zaak betreft, geschiedt de waardebepaling door één of drie onafhankelijke deskundigen.
3. Indien de werkzaamheden van de uitvoerder of van degene die een steunfunctie verzorgt met toestemming van Onze minister door een andere uitvoerder of verzorger van een steunfunctie worden voortgezet en de activa en passiva tegen boekwaarde aan die ander in eigendom worden overgedragen, is de uitvoerder of degene die een steunfunctie verzorgt ter zake in afwijking van het eerste lid geen vergoeding verschuldigd.