BWBR0004892
Geldig vanaf 1990-01-01
Artikel 12
Besluit tijdelijke regeling subsidiëring jeugdhulpverlening
1. Een subsidie als bedoeld in artikel 2, wordt door de uitvoerder of degene die een steunfunctie verzorgt bij Onze minister aangevraagd vóór 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de aanvrage betrekking heeft, door indiening van een begroting van baten en lasten alsmede een werkplan.
2. De begroting geeft inzicht in aard, omvang, baten en lasten en bevat ten aanzien van voorzieningen gegevens over de voor het begrotingsjaar toegekende capaciteit in relatie tot de in het begrotingsjaar naar verwachting te realiseren bezetting. Deze begroting is gebaseerd op de beslissing, bedoeld in artikel 13met betrekking tot het lopende kalenderjaar, met inbegrip van de correcties in verband met algemene of bijzondere beleidswijzigingen. De begroting bevat zowel de baten en lasten van de voorziening of de steunfunctie als de baten en lasten van de uitvoerder of van degene die een steunfunctie verzorgt.
3. Indien voor een voorziening of een steunfunctie voor de eerste maal subsidie wordt aangevraagd dient de uitvoerder of degene die een steunfunctie verzorgt, onverminderd het bepaalde in het eerste lid, vóór 1 april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de aanvrage betrekking heeft, bij Onze minister in:
a. een gewaarmerkt afschrift van de oprichtingsakte of de statuten van de rechtspersoon;
b. een gewaarmerkt afschrift waaruit de inschrijving van de uitvoerder in het desbetreffende openbare register blijkt;
c. een volledig overzicht van de financiële toestand van de uitvoerder of van degene die een steunfunctie verzorgt, voorzien van een verklaring als bedoeld in artikel 16.
4. de oprichtingsakte en de statuten van de uitvoerder en van de steunfunctie mogen geen bepalingen bevatten, die strijdig zijn met dit besluit.
5. Wijzigingen in de in het derde lid, onder a,bedoelde gegevens en gegevens inzake omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de hoogte van het subsidie worden terstond aan Onze minister overgelegd.
6. Onze ministers kunnen met betrekking tot de begroting nadere regels stellen.
2. De begroting geeft inzicht in aard, omvang, baten en lasten en bevat ten aanzien van voorzieningen gegevens over de voor het begrotingsjaar toegekende capaciteit in relatie tot de in het begrotingsjaar naar verwachting te realiseren bezetting. Deze begroting is gebaseerd op de beslissing, bedoeld in artikel 13met betrekking tot het lopende kalenderjaar, met inbegrip van de correcties in verband met algemene of bijzondere beleidswijzigingen. De begroting bevat zowel de baten en lasten van de voorziening of de steunfunctie als de baten en lasten van de uitvoerder of van degene die een steunfunctie verzorgt.
3. Indien voor een voorziening of een steunfunctie voor de eerste maal subsidie wordt aangevraagd dient de uitvoerder of degene die een steunfunctie verzorgt, onverminderd het bepaalde in het eerste lid, vóór 1 april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de aanvrage betrekking heeft, bij Onze minister in:
a. een gewaarmerkt afschrift van de oprichtingsakte of de statuten van de rechtspersoon;
b. een gewaarmerkt afschrift waaruit de inschrijving van de uitvoerder in het desbetreffende openbare register blijkt;
c. een volledig overzicht van de financiële toestand van de uitvoerder of van degene die een steunfunctie verzorgt, voorzien van een verklaring als bedoeld in artikel 16.
4. de oprichtingsakte en de statuten van de uitvoerder en van de steunfunctie mogen geen bepalingen bevatten, die strijdig zijn met dit besluit.
5. Wijzigingen in de in het derde lid, onder a,bedoelde gegevens en gegevens inzake omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de hoogte van het subsidie worden terstond aan Onze minister overgelegd.
6. Onze ministers kunnen met betrekking tot de begroting nadere regels stellen.