BWBR0004892
Geldig vanaf 1990-01-01
Artikel 15
Besluit tijdelijke regeling subsidiëring jeugdhulpverlening
1. Binnen dertien weken na afloop van de periode waarvoor subsidie is verleend, dient de uitvoerder of degene die een steunfunctie verzorgt een aanvraag in voor de subsidievaststelling. De aanvraag gaat vergezeld van een jaarrekening en een verslag van de werkzaamheden over het voorgaande jaar, volgens een door Onze Minister vastgesteld model.
2. De balans met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het vermogen en zijn samenstelling in actief- en passiefposten aan het einde van het boekjaar weer. De historische aanschaffingsprijzen van onroerende goederen en inventarisgoederen, vervoermiddelen en overige duurzame activa met een historische aanschaffingsprijs van meer dan € 450 alsmede de kosten van verbouwing van onroerende goederen worden in de toelichting op de balans opgenomen. De afschrijvingen, bestemmingsgiften en ontvangen subsidies met betrekking tot deze posten komen in de toelichting op de balans tot uitdrukking. Jaarlijks wordt voor groot onderhoud niet meer gereserveerd dan 3% van het subsidie van het desbetreffende jaar. De reserve groot onderhoud gaat een maximum van 15% van het subsidie van het desbetreffende jaar niet te boven. Uitgaven voor groot onderhoud dienen op de reserve groot onderhoud te worden afgeboekt. Subsidie-overschotten worden als risico-reserve in de balans opgenomen.
3. De exploitatierekening met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het resultaat van het boekjaar en zijn afleiding uit de posten van baten en lasten weer alsmede, voor wat betreft de voorzieningen van residentiële hulpverlening, de voorzieningen voor pleegzorg en de instellingen voor therapeutische gezinsverpleging, gegevens over de toegekende capaciteit en de gerealiseerde bezetting. Op onroerende goederen, verbouwingen, inventarisgoederen, vervoermiddelen en overige duurzame activa met een historische aanschaffingsprijs van meer dan € 450 wordt afgeschreven volgens de lineaire methode. De afschrijving is gebaseerd op de historische aanschaffingsprijs, nadat daarop ontvangen bestemmingsgiften en investeringssubsidies in mindering zijn gebracht. De afschrijving wordt voor onroerende goederen gespreid over veertig jaren, voor verbouwingen over tien jaren en voor inventarisgoederen, vervoermiddelen en overige duurzame activa over tenminste vijf jaren.
4. Bij de samenstelling van de jaarrekening wordt een bestendige gedragslijn gevolgd. De jaarrekening sluit aan op de ingediende begroting. Bij iedere post van de jaarrekening wordt zoveel mogelijk het bedrag van het daaraan voorafgaande boekjaar vermeld, alsmede het bedrag van de voor dat jaar van toepassing zijnde begroting. In de toelichting worden de waarderingsgrondslagen van actief- en passiefposten vermeld.
2. De balans met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het vermogen en zijn samenstelling in actief- en passiefposten aan het einde van het boekjaar weer. De historische aanschaffingsprijzen van onroerende goederen en inventarisgoederen, vervoermiddelen en overige duurzame activa met een historische aanschaffingsprijs van meer dan € 450 alsmede de kosten van verbouwing van onroerende goederen worden in de toelichting op de balans opgenomen. De afschrijvingen, bestemmingsgiften en ontvangen subsidies met betrekking tot deze posten komen in de toelichting op de balans tot uitdrukking. Jaarlijks wordt voor groot onderhoud niet meer gereserveerd dan 3% van het subsidie van het desbetreffende jaar. De reserve groot onderhoud gaat een maximum van 15% van het subsidie van het desbetreffende jaar niet te boven. Uitgaven voor groot onderhoud dienen op de reserve groot onderhoud te worden afgeboekt. Subsidie-overschotten worden als risico-reserve in de balans opgenomen.
3. De exploitatierekening met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het resultaat van het boekjaar en zijn afleiding uit de posten van baten en lasten weer alsmede, voor wat betreft de voorzieningen van residentiële hulpverlening, de voorzieningen voor pleegzorg en de instellingen voor therapeutische gezinsverpleging, gegevens over de toegekende capaciteit en de gerealiseerde bezetting. Op onroerende goederen, verbouwingen, inventarisgoederen, vervoermiddelen en overige duurzame activa met een historische aanschaffingsprijs van meer dan € 450 wordt afgeschreven volgens de lineaire methode. De afschrijving is gebaseerd op de historische aanschaffingsprijs, nadat daarop ontvangen bestemmingsgiften en investeringssubsidies in mindering zijn gebracht. De afschrijving wordt voor onroerende goederen gespreid over veertig jaren, voor verbouwingen over tien jaren en voor inventarisgoederen, vervoermiddelen en overige duurzame activa over tenminste vijf jaren.
4. Bij de samenstelling van de jaarrekening wordt een bestendige gedragslijn gevolgd. De jaarrekening sluit aan op de ingediende begroting. Bij iedere post van de jaarrekening wordt zoveel mogelijk het bedrag van het daaraan voorafgaande boekjaar vermeld, alsmede het bedrag van de voor dat jaar van toepassing zijnde begroting. In de toelichting worden de waarderingsgrondslagen van actief- en passiefposten vermeld.