BWBR0004892
Geldig vanaf 1990-01-01
Artikel 10
Besluit tijdelijke regeling subsidiëring jeugdhulpverlening
1. Onze minister kan ten behoeve van kosten in verband met bouw, verbouw of inrichting van een accommodatie subsidie verstrekken aan een uitvoerder of aan degene die een steunfunctie verzorgt naast de subsidie als bedoeld in artikel 2. Deze subsidie bedraagt een door Onze minister vast te stellen bedrag.
2. Onze minister kan aan een uitvoerder of aan degene die een steunfunctie verzorgt incidenteel ten behoeve van naar zijn oordeel bijzondere doeleinden, naast de subsidie, bedoeld in artikel 2een extra subsidie verstrekken. Deze subsidie bedraagt een door Onze minister vast te stellen bedrag.
3. Bij de berekening van het bedrag, bedoeld in het eerste of het tweede lid wordt het eigen vermogen van de uitvoerder of degene die een steunfunctie verzorgt in aanmerking genomen.
4. Subsidies als bedoeld in het eerste of het tweede lid worden slechts verstrekt binnen de grenzen van het voor dergelijke subsidies in het plan opgenomen bedrag.
5. Aan het verstrekken van een subsidie als bedoeld in het eerste of het tweede lid kunnen door Onze minister verplichtingen worden verbonden.
2. Onze minister kan aan een uitvoerder of aan degene die een steunfunctie verzorgt incidenteel ten behoeve van naar zijn oordeel bijzondere doeleinden, naast de subsidie, bedoeld in artikel 2een extra subsidie verstrekken. Deze subsidie bedraagt een door Onze minister vast te stellen bedrag.
3. Bij de berekening van het bedrag, bedoeld in het eerste of het tweede lid wordt het eigen vermogen van de uitvoerder of degene die een steunfunctie verzorgt in aanmerking genomen.
4. Subsidies als bedoeld in het eerste of het tweede lid worden slechts verstrekt binnen de grenzen van het voor dergelijke subsidies in het plan opgenomen bedrag.
5. Aan het verstrekken van een subsidie als bedoeld in het eerste of het tweede lid kunnen door Onze minister verplichtingen worden verbonden.