1. Aan de hand van de ingevolge artikel 12geregistreerde gegevens dient, met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid en betrokken op de werkelijke tijd dat de stookinstallatie in gebruik is, te worden berekend en vervolgens geregistreerd:
a. indien voorschrift 10.2.6, 10.3.4 of 10.4.3 van bijlage I van het besluit van toepassing is, van de massaconcentratie aan onderscheidenlijk zwaveldioxide, stikstofoxiden of stof in het rookgas: 1º. elke kalenderdag van de twee voorafgaande kalenderdagen, het 48-uursgemiddelde, en
2º. van elke kalendermaand, het kalendermaandgemiddelde,
1º. elke kalenderdag van de twee voorafgaande kalenderdagen, het 48-uursgemiddelde, en
2º. van elke kalendermaand, het kalendermaandgemiddelde,
b. indien voorschrift 10.3.13, onder a, van bijlage I van het besluit van toepassing is, van iedere kalerderdag het 24-uursgemiddelde en indien voorschrift 10.3.13, onder b, van bijlage I van toepassing is, van ieder opeenvolgend half uur het halfuurgemiddelde van de met de rookgassen uitgeworpen hoeveelheid stikstofoxiden, berekend als stikstofdioxide en herleid naar grammen per Gigajoule bij ISO-luchtcondities.
2. De gemiddelde waarden, bedoeld in het eerste lid, onder a, dienen te worden herleid op rookgas met een volumegehalte aan zuurstof als bepaald in
voorschrift 1.1 van bijlage I van het besluit.
3. De gemiddelde waarden bedoeld in het eerste lid, onder a, dienen in klassen te worden ingedeeld en per kalenderjaar als percentielwaarden te worden geregistreerd.
4. De klassen, bedoeld in het derde lid, dienen zodanig te zijn vastgesteld, dat toepassing kan worden gegeven aan
voorschrift 10.2.6, 10.3.4 en 10.4.3 van bijlage I van het besluit.