BWBR0004795
Geldig vanaf 1990-08-01
Artikel 4
Regeling meetmethoden emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer B
1. De ter controle van een emissie-eis geïnstalleerde monstername- en analyseapparatuur alsmede de apparatuur voor de automatische verwerking van meetresultaten, dient zo spoedig mogelijk nadat de emissie-eis op de stookinstallatie van toepassing is geworden goed te functioneren.
2. De apparatuur als bedoeld in het eerste lid dient zodanig te worden onderhouden, dat het goed functioneren zoveel mogelijk blijft gewaarborgd.
3. Bij een continue meting dient te kunnen worden aangetoond dat zoveel als mogelijk is met goed functionerende apparatuur is gemeten.
4. Het goed functioneren dient door of vanwege de vergunninghouder te kunnen worden aangetoond. Daarbij dient voor de gehaltebepaling:
a. van zwaveldioxide de norm ISO/DP 7934,
b. van stikstofoxiden de norm NEN 2044,
c. van stof de richtlijn NPR 2788,
te worden toegepast.
2. De apparatuur als bedoeld in het eerste lid dient zodanig te worden onderhouden, dat het goed functioneren zoveel mogelijk blijft gewaarborgd.
3. Bij een continue meting dient te kunnen worden aangetoond dat zoveel als mogelijk is met goed functionerende apparatuur is gemeten.
4. Het goed functioneren dient door of vanwege de vergunninghouder te kunnen worden aangetoond. Daarbij dient voor de gehaltebepaling:
a. van zwaveldioxide de norm ISO/DP 7934,
b. van stikstofoxiden de norm NEN 2044,
c. van stof de richtlijn NPR 2788,
te worden toegepast.