BWBR0004616
Geldig vanaf 1989-09-21
Artikel 5
Rechtspositieregeling assistenten in opleiding en akademie-onderzoekers bij de rijksonderzoekinstituten
1. De assistent in opleiding verricht wetenschappelijk onderzoek en legt de resultaten hiervan vast in een proefschrift dan wel proefontwerp, in een technologisch ontwerp, dan wel in één of meer andere wetenschappelijke produkties.
2. De omvang van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, vermeerderd met de omvang van de daarbij te ontvangen opleiding en begeleiding als omschreven in het opleidings- en begeleidingsplan bedraagt gerekend per jaar niet minder dan 75 procent van de tijd waarvoor de assistent in opleiding is aangesteld.
3. Voor zover de assistent in opleiding wordt belast met andere werkzaamheden, die gerekend per jaar de 25 procent van de totale aanstellingstijd niet te boven mogen gaan, dient het te gaan om werkzaamheden van wetenschappelijk niveau, waarvan de vervulling de in de akte van aanstelling vast te leggen doelstellingen van de aanstelling ten goede kan komen.
2. De omvang van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, vermeerderd met de omvang van de daarbij te ontvangen opleiding en begeleiding als omschreven in het opleidings- en begeleidingsplan bedraagt gerekend per jaar niet minder dan 75 procent van de tijd waarvoor de assistent in opleiding is aangesteld.
3. Voor zover de assistent in opleiding wordt belast met andere werkzaamheden, die gerekend per jaar de 25 procent van de totale aanstellingstijd niet te boven mogen gaan, dient het te gaan om werkzaamheden van wetenschappelijk niveau, waarvan de vervulling de in de akte van aanstelling vast te leggen doelstellingen van de aanstelling ten goede kan komen.