BWBR0004259
Geldig vanaf 2016-01-01
Artikel 29
Besluit bekostiging WEC
1. Onze Minister stelt jaarlijks uiterlijk op 15 april, de bekostigingsbedragen, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/131" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 131, eerste en derde lid, van de wet</a>vast voor zover deze bedragen mede gebaseerd zijn op het aantal leerlingen op de teldatum, met dien verstande dat Onze Minister voor het bepalen van het aantal leerlingen op de teldatum, de leerlingen in aanmerking neemt van wie het persoonsgebonden nummer tezamen met de basisgegevens, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0042012/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet register onderwijsdeelnemers</a>uiterlijk op 1 december van het jaar voorafgaande aan het bekostigingsjaar zijn opgenomen in het register onderwijsdeelnemers overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0042012/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14 van die wet</a>. De bedragen hebben betrekking op een schooljaar.
2. Onze Minister stelt de bekostigingsbedragen, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/131" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 131, eerste lid, van de wet</a>voorzover het betreft de bekostiging, bedoeld in artikel 38, vast binnen 8 weken na ontvangst van de gegevens ten behoeve van de berekening van deze bekostiging.
3. Indien de verklaring van de accountant, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/157" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 157, vierde lid, van de wet</a>aanleiding geeft tot wijziging van de bekostiging, bedoeld in het eerste of tweede lid, stelt Onze Minister voor 1 oktober de bekostiging voor dat jaar nader vast.
4. De in het eerste en tweede lid bedoelde bekostigingsbedragen kunnen door Onze Minister worden gewijzigd wegens algemene salarismaatregelen of wegens andere al dan niet uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen.
2. Onze Minister stelt de bekostigingsbedragen, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/131" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 131, eerste lid, van de wet</a>voorzover het betreft de bekostiging, bedoeld in artikel 38, vast binnen 8 weken na ontvangst van de gegevens ten behoeve van de berekening van deze bekostiging.
3. Indien de verklaring van de accountant, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/157" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 157, vierde lid, van de wet</a>aanleiding geeft tot wijziging van de bekostiging, bedoeld in het eerste of tweede lid, stelt Onze Minister voor 1 oktober de bekostiging voor dat jaar nader vast.
4. De in het eerste en tweede lid bedoelde bekostigingsbedragen kunnen door Onze Minister worden gewijzigd wegens algemene salarismaatregelen of wegens andere al dan niet uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen.