BWBR0004259
Geldig vanaf 2016-01-01
Artikel 19
Besluit bekostiging WEC
1. De aanspraak op vergoeding voor de uitgaven voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding van een schoolbad ontstaat met ingang van de maand voorafgaand aan de melding aan Onze Minister van de ingebruikneming daarvan en eindigt met ingang van de maand volgend op de maand waarin het schoolbad buiten gebruik wordt gesteld. Binnen acht weken na de buitengebruikstelling wordt daarvan melding gemaakt aan Onze Minister.
2. Voor de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, van een schoolbad waarvan het gebruik niet is beëindigd ingevolge <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/108" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 108 van de wet</a>, zijn de artikelen 12aen 13, van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat waar het betreft artikel 12a, eerste lid, Onze Minister binnen acht weken na de melding van ingebruikneming, bedoeld in het eerste lid, de vergoeding voor dat jaar vaststelt.
3. De uitgaven voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding van een schoolbad hebben betrekking op de programma’s van eisen, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/112" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 112, tweede lid, van de wet</a>en de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald door de programma’s van eisen, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/111" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 111, derde lid onder b, van de wet</a>.
2. Voor de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, van een schoolbad waarvan het gebruik niet is beëindigd ingevolge <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/108" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 108 van de wet</a>, zijn de artikelen 12aen 13, van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat waar het betreft artikel 12a, eerste lid, Onze Minister binnen acht weken na de melding van ingebruikneming, bedoeld in het eerste lid, de vergoeding voor dat jaar vaststelt.
3. De uitgaven voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding van een schoolbad hebben betrekking op de programma’s van eisen, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/112" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 112, tweede lid, van de wet</a>en de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald door de programma’s van eisen, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/111" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 111, derde lid onder b, van de wet</a>.