BWBR0004259
Geldig vanaf 2016-01-01
Artikel 13
Besluit bekostiging WEC
1. Het Rijk verstrekt elke maand van het uitkeringsjaar in verband met de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding aan het bevoegd gezag van een school een twaalfde gedeelte van de vergoeding, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/128" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 128, eerste lid, van de wet</a>, waarop het over dat jaar recht heeft.
2. Indien blijkt dat voor het uitkeringsjaar <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/128" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 128, zesde lid, van de wet</a>van toepassing is, wordt het verschil tussen de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, berekend op grond van <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/128" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 128, zesde lid, van de wet</a>en de vergoeding berekend op grond van <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/128" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 128, vierde lid, van de wet</a>, verstrekt in de maanden mei tot en met december van het uitkeringsjaar.
3. Indien artikel 12a, derde lid, van toepassing is, vindt verrekening plaats van de vergoeding voor dat jaar met de vergoeding die wordt verstrekt in de maanden oktober tot en met december van het uitkeringsjaar.
2. Indien blijkt dat voor het uitkeringsjaar <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/128" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 128, zesde lid, van de wet</a>van toepassing is, wordt het verschil tussen de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, berekend op grond van <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/128" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 128, zesde lid, van de wet</a>en de vergoeding berekend op grond van <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/128" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 128, vierde lid, van de wet</a>, verstrekt in de maanden mei tot en met december van het uitkeringsjaar.
3. Indien artikel 12a, derde lid, van toepassing is, vindt verrekening plaats van de vergoeding voor dat jaar met de vergoeding die wordt verstrekt in de maanden oktober tot en met december van het uitkeringsjaar.