BWBR0004137
Geldig vanaf 1987-07-01
Artikel 26
Besluit geluidhinder spoorwegen
1. Behoudens het derde lid stellen burgemeester en wethouders met inachtneming van de artikelen 26a tot en met 26deen programma van maatregelen op, die naar hun oordeel in aanmerking komen om de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de gevel van de in artikel 25bedoelde woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en aan de grens van de in dat artikelbedoelde geluidsgevoelige terreinen, zoveel mogelijk te beperken tot 57 dB(A) en om zo nodig te voldoen aan artikel 27, zevende en achtste lid.
2. In een geval als bedoeld in artikel 1awordt vanwege de spoorwegexploitant een akoestisch onderzoek ingesteld van de in artikel 5omschreven strekking.
3. In een geval als bedoeld in artikel 1astelt de spoorwegexploitant een saneringsprogramma op, met dien verstande dat dit saneringsprogramma tevens de resultaten van het in het tweede lid bedoelde akoestisch onderzoek bevat en mede betrekking heeft op andere binnen de zone van de spoorweg gelegen woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen.
2. In een geval als bedoeld in artikel 1awordt vanwege de spoorwegexploitant een akoestisch onderzoek ingesteld van de in artikel 5omschreven strekking.
3. In een geval als bedoeld in artikel 1astelt de spoorwegexploitant een saneringsprogramma op, met dien verstande dat dit saneringsprogramma tevens de resultaten van het in het tweede lid bedoelde akoestisch onderzoek bevat en mede betrekking heeft op andere binnen de zone van de spoorweg gelegen woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen.