BWBR0004137
Geldig vanaf 1987-07-01
Artikel 15
Besluit geluidhinder spoorwegen
1. De verzoeker maakt zijn voornemen tot het indienen van een verzoek in ieder geval zoveel mogelijk gelijktijdig bekend door middel van:
a. kennisgeving in een of meer in de in artikel 14, eerste lid, onder a, bedoelde gemeente verspreiding vindende dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen en voorts op de in die gemeente gebruikelijke wijze;
b. terinzagelegging van het ontwerp van het verzoek met de daarbij behorende stukken op het gemeentehuis van de in artikel 14, eerste lid, onder a, bedoelde gemeente;
c. niet op naam gestelde kennisgeving aan de gebruikers van de woningen of de woonwagenstandplaatsen, het bevoegd gezag van scholen en de directies van de in artikel 2 bedoelde andere gebouwen waarvoor een hogere waarde wordt verzocht.
2. De verzoeker stelt een ieder in de gelegenheid gedurende vier weken vanaf de dag waarop het ontwerp van het verzoek ter inzage is gelegd, het ontwerp met de daarbij behorende stukken in te zien en schriftelijk opmerkingen ten aanzien van het ontwerp te maken.
3. Indien het voornemen tot het indienen van een verzoek verband houdt met een toepassing van artikel 4, tweede lid, onder bof van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, kan in afwijking van het tweede lid het ontwerp van het verzoek gedurende twee weken ter inzage worden gelegd.
4. Burgemeester en wethouders van de gemeente, bedoeld in artikel 14, onder a, kunnen, indien zij hiertoe uitgenodigd zijn door een verzoeker als bedoeld in artikel 14, onder bof c, in plaats van deze toepassing geven aan het eerste of het tweede lid.
a. kennisgeving in een of meer in de in artikel 14, eerste lid, onder a, bedoelde gemeente verspreiding vindende dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen en voorts op de in die gemeente gebruikelijke wijze;
b. terinzagelegging van het ontwerp van het verzoek met de daarbij behorende stukken op het gemeentehuis van de in artikel 14, eerste lid, onder a, bedoelde gemeente;
c. niet op naam gestelde kennisgeving aan de gebruikers van de woningen of de woonwagenstandplaatsen, het bevoegd gezag van scholen en de directies van de in artikel 2 bedoelde andere gebouwen waarvoor een hogere waarde wordt verzocht.
2. De verzoeker stelt een ieder in de gelegenheid gedurende vier weken vanaf de dag waarop het ontwerp van het verzoek ter inzage is gelegd, het ontwerp met de daarbij behorende stukken in te zien en schriftelijk opmerkingen ten aanzien van het ontwerp te maken.
3. Indien het voornemen tot het indienen van een verzoek verband houdt met een toepassing van artikel 4, tweede lid, onder bof van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, kan in afwijking van het tweede lid het ontwerp van het verzoek gedurende twee weken ter inzage worden gelegd.
4. Burgemeester en wethouders van de gemeente, bedoeld in artikel 14, onder a, kunnen, indien zij hiertoe uitgenodigd zijn door een verzoeker als bedoeld in artikel 14, onder bof c, in plaats van deze toepassing geven aan het eerste of het tweede lid.