BWBR0004137
Geldig vanaf 1987-07-01
Artikel 25
Besluit geluidhinder spoorwegen
1. Burgemeester en wethouders melden na een ingesteld akoestisch onderzoek voor 1 januari 2007 aan Onze Minister de in de gemeente voorkomende gevallen, waarin op 1 juli 1987 een spoorweg aanwezig was, terwijl op dat tijdstip binnen de zone van die spoorweg reeds woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen aanwezig waren en de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, op dat tijdstip:
a. van de gevel van woningen hoger was dan 65 dB(A);
b. van de gevel van andere geluidsgevoelige gebouwen hoger was dan 60 dB(A), onderscheidenlijk
c. aan de grens van geluidsgevoelige terreinen, anders dan woonwagenstandplaatsen, hoger was dan 65 dB(A).
2. Indien burgemeester en wethouders woningen als bedoeld in het eerste lid voor 1 januari 1997 aan Onze Minister hebben gemeld en bij die gelegenheid hebben verklaard dat het treffen van geluidwerende maatregelen de enige oplossing is die in aanmerking komt, geldt die melding als melding op grond van het eerste lid.
a. van de gevel van woningen hoger was dan 65 dB(A);
b. van de gevel van andere geluidsgevoelige gebouwen hoger was dan 60 dB(A), onderscheidenlijk
c. aan de grens van geluidsgevoelige terreinen, anders dan woonwagenstandplaatsen, hoger was dan 65 dB(A).
2. Indien burgemeester en wethouders woningen als bedoeld in het eerste lid voor 1 januari 1997 aan Onze Minister hebben gemeld en bij die gelegenheid hebben verklaard dat het treffen van geluidwerende maatregelen de enige oplossing is die in aanmerking komt, geldt die melding als melding op grond van het eerste lid.