BWBR0004137
Geldig vanaf 1987-07-01
Artikel 16
Besluit geluidhinder spoorwegen
1. Het verzoek en het ontwerp van een verzoek bevatten ten minste:
a. de verzochte hogere waarden;
b. de redenen die aan het verzoek ten grondslag liggen;
c. de resultaten van het akoestisch onderzoek, bedoeld in artikel 5 of 20;
d. een beschrijving van de mogelijkheden om de geluidsbelasting van de gevel van de woningen of de andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van de geluidsgevoelige terreinen tot een lagere waarde te verminderen dan de onder a bedoelde, alsmede een schatting van de hieraan verbonden extra kosten;
e. een verklaring dat maatregelen als bedoeld in artikel 13, zullen worden getroffen, indien de geluidsbelasting binnen de woning onderscheidenlijk binnen de verblijfsruimten van de in artikel 2, eerste lid, onder a tot en met e, bedoelde gebouwen, bij gesloten ramen, meer bedraagt dan de in artikel 13, eerste, tweede of derde lid, bedoelde waarden;
f. een beschrijving met een schetstekening of een verklaring omtrent de wijze waarop aan artikel 8, derde lid, voldaan zal worden, dan wel, indien aan dat artikel niet voldaan kan worden, de redenen daarvan;
g. voor zover het verzoek hier aanleiding toe geeft, een beschrijving, schetstekening en uitvoeringsplan van de geluidafschermende voorziening tussen spoorweg en woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen, indien deze voorziening vereist is om de in het verzoek begrepen waarden te waarborgen.
2. Het verzoek gaat vergezeld van een of meer kaarten met bijbehorende verklaring. Met betrekking tot deze kaart of kaarten is artikel 16 van het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985( Stb.1985, 627) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van "plan" telkens gelezen wordt: "verzoek". De kaart of kaarten geven bovendien de ligging weer van geluidszones langs wegen, rond industrieterreinen en rond luchtvaartterreinen als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de Luchtvaartwet( Stb.1958, 47), alsmede de in die zones voorkomende gebieden, aangewezen overeenkomstig artikel 1.2, tweede lid, onder d, van de Wet milieubeheer, voor zover de woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen waarop het verzoek betrekking heeft, binnen zodanige zones zijn of worden gesitueerd.
3. Gedeputeerde staten kunnen van de verzoeker nadere toelichting, tekeningen en kaarten verlangen, indien zij deze noodzakelijk achten voor de beoordeling van het verzoek.
4. Indien ingevolge de mate van detaillering van het bestemmingsplan waarin de woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen waarop het verzoek betrekking heeft, zijn opgenomen, de in het eerste lid, onder f, en het tweede lid bedoelde stukken niet beschikbaar zijn, kunnen gedeputeerde staten afwijken van het in die artikelonderdelen bepaalde.
a. de verzochte hogere waarden;
b. de redenen die aan het verzoek ten grondslag liggen;
c. de resultaten van het akoestisch onderzoek, bedoeld in artikel 5 of 20;
d. een beschrijving van de mogelijkheden om de geluidsbelasting van de gevel van de woningen of de andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van de geluidsgevoelige terreinen tot een lagere waarde te verminderen dan de onder a bedoelde, alsmede een schatting van de hieraan verbonden extra kosten;
e. een verklaring dat maatregelen als bedoeld in artikel 13, zullen worden getroffen, indien de geluidsbelasting binnen de woning onderscheidenlijk binnen de verblijfsruimten van de in artikel 2, eerste lid, onder a tot en met e, bedoelde gebouwen, bij gesloten ramen, meer bedraagt dan de in artikel 13, eerste, tweede of derde lid, bedoelde waarden;
f. een beschrijving met een schetstekening of een verklaring omtrent de wijze waarop aan artikel 8, derde lid, voldaan zal worden, dan wel, indien aan dat artikel niet voldaan kan worden, de redenen daarvan;
g. voor zover het verzoek hier aanleiding toe geeft, een beschrijving, schetstekening en uitvoeringsplan van de geluidafschermende voorziening tussen spoorweg en woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen, indien deze voorziening vereist is om de in het verzoek begrepen waarden te waarborgen.
2. Het verzoek gaat vergezeld van een of meer kaarten met bijbehorende verklaring. Met betrekking tot deze kaart of kaarten is artikel 16 van het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985( Stb.1985, 627) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van "plan" telkens gelezen wordt: "verzoek". De kaart of kaarten geven bovendien de ligging weer van geluidszones langs wegen, rond industrieterreinen en rond luchtvaartterreinen als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de Luchtvaartwet( Stb.1958, 47), alsmede de in die zones voorkomende gebieden, aangewezen overeenkomstig artikel 1.2, tweede lid, onder d, van de Wet milieubeheer, voor zover de woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen waarop het verzoek betrekking heeft, binnen zodanige zones zijn of worden gesitueerd.
3. Gedeputeerde staten kunnen van de verzoeker nadere toelichting, tekeningen en kaarten verlangen, indien zij deze noodzakelijk achten voor de beoordeling van het verzoek.
4. Indien ingevolge de mate van detaillering van het bestemmingsplan waarin de woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen waarop het verzoek betrekking heeft, zijn opgenomen, de in het eerste lid, onder f, en het tweede lid bedoelde stukken niet beschikbaar zijn, kunnen gedeputeerde staten afwijken van het in die artikelonderdelen bepaalde.