BWBR0004137
Geldig vanaf 1987-07-01
Artikel 18
Besluit geluidhinder spoorwegen
1. Gedeputeerde staten tekenen de datum van ontvangst van een verzoek aan op het geschrift waarbij het verzoek is ingediend, en zenden de verzoeker een bewijs van ontvangst, waarin die datum is vermeld.
2. Gedeputeerde staten beslissen op het verzoek binnen drie maanden na de in het eerste lid bedoelde datum en doen mededeling van hun besluit aan de in artikel 17 bedoelde personen.
3. Indien toepassing is gegeven aan artikel 4, tweede lid, onder b, wordt het verzoek binnen vier weken na de dagtekening van het raadsbesluit tot vaststelling of herziening van het bestemmingsplan bij gedeputeerde staten ingediend. In afwijking van het tweede lid beslissen gedeputeerde staten op een verzoek als bedoeld in de eerste volzin voordat zij over de goedkeuring van het bestemmingsplan of de herziening hiervan beslissen.
4. Een verzoek wordt geacht te zijn ingewilligd, indien gedeputeerde staten:
a. niet binnen de in het tweede lid bedoelde termijn, of
b. ingeval toepassing wordt gegeven aan het derde lid, tweede volzin, niet uiterlijk tegelijk met het toezenden van de beslissing over de goedkeuring van het bestemmingsplan of de herziening hiervan,
een besluit met betrekking tot het verzoek aan de verzoeker hebben toegezonden.
5. Aan een verzoek wordt geacht goedkeuring te zijn onthouden, indien het verzoek niet binnen de in het derde lid, eerste volzin, bedoelde termijn is ingediend en gedeputeerde staten geen beslissing hebben genomen als bedoeld in de tweede volzin van dat lid.
2. Gedeputeerde staten beslissen op het verzoek binnen drie maanden na de in het eerste lid bedoelde datum en doen mededeling van hun besluit aan de in artikel 17 bedoelde personen.
3. Indien toepassing is gegeven aan artikel 4, tweede lid, onder b, wordt het verzoek binnen vier weken na de dagtekening van het raadsbesluit tot vaststelling of herziening van het bestemmingsplan bij gedeputeerde staten ingediend. In afwijking van het tweede lid beslissen gedeputeerde staten op een verzoek als bedoeld in de eerste volzin voordat zij over de goedkeuring van het bestemmingsplan of de herziening hiervan beslissen.
4. Een verzoek wordt geacht te zijn ingewilligd, indien gedeputeerde staten:
a. niet binnen de in het tweede lid bedoelde termijn, of
b. ingeval toepassing wordt gegeven aan het derde lid, tweede volzin, niet uiterlijk tegelijk met het toezenden van de beslissing over de goedkeuring van het bestemmingsplan of de herziening hiervan,
een besluit met betrekking tot het verzoek aan de verzoeker hebben toegezonden.
5. Aan een verzoek wordt geacht goedkeuring te zijn onthouden, indien het verzoek niet binnen de in het derde lid, eerste volzin, bedoelde termijn is ingediend en gedeputeerde staten geen beslissing hebben genomen als bedoeld in de tweede volzin van dat lid.