BWBR0003892
Geldig vanaf 1986-02-01
Artikel 4
Wet milieugevaarlijke stoffen
1. Degene die een kennisgeving doet als bedoeld in artikel 3, is verplicht bij die kennisgeving bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gegevens met betrekking tot de mogelijke effecten van de stof op mens of milieu schriftelijk over te leggen. Deze gegevens betreffen:
a. de identiteit, de eigenschappen en de gevaren van de stof;
b. de hoeveelheid van de stof waarvan de vervaardiging, de invoer of het aan een ander ter beschikking stellen wordt beoogd;
c. de verwachte toepassing van de stof;
d. mogelijkheden om de stof onschadelijk te maken;
e. aanbevolen aanwijzingen voor het gebruik van de stof, aanbevolen maatregelen om verspreiding van de stof te voorkomen en aanbevolen noodmaatregelen bij een ongeval met de stof.
2. Indien de kennisgeving betrekking heeft op het vervaardigen van de stof, is hij tevens verplicht schriftelijk de plaats mede te delen, waar de stof wordt vervaardigd.
3. Indien de kennisgeving betrekking heeft op het invoeren of het aan een ander ter beschikking stellen van de stof, is hij tevens verplicht schriftelijk over te leggen:
a. een voorstel inzake de indeling van de stof overeenkomstig artikel 34;
b. een voorstel voor de wijze van aanduiding van de stof;
c. een voorstel voor de bij vervoer en opslag te nemen maatregelen ter bescherming van mens en milieu tegen de mogelijke nadelige effecten van de stof.
4. In afwijking van het eerste lid behoeft degene die een kennisgeving doet van het invoeren of het aan een ander ter beschikking stellen van een stof met betrekking waartoe ten minste tien jaren tevoren voor het eerst in de Europese Economische Ruimte kennisgeving is gedaan, niet de ingevolge het eerste lid, onder <em>a</em>, aangewezen gegevens met betrekking tot de eigenschappen van de stof en de ingevolge het eerste lid, onder <em>d</em>, aangewezen gegevens over te leggen.
5. Degene die een kennisgeving doet als bedoeld in artikel 3, is verplicht voor het verkrijgen van de in het eerste lid bedoelde gegevens onderzoek te verrichten, tenzij hij reeds op andere wijze over de vereiste gegevens kan beschikken. Hij is verplicht bij de overgelegde gegevens met betrekking tot de stof tevens gegevens te vermelden met betrekking tot de identiteit van degene die het in de eerste volzin bedoelde onderzoek heeft verricht.
6. Indien met het oog op de stabiliteit van de stof daaraan hulpstoffen zijn toegevoegd, of indien bij de stof onzuiverheden voorkomen, dienen de krachtens het eerste en derde lid over te leggen gegevens en het krachtens het vijfde lid te verrichten onderzoek betrekking te hebben op de stof tezamen met die hulpstoffen of onzuiverheden, doch zonder de oplosmiddelen die kunnen worden afgescheiden zonder dat de stabiliteit van de stof wordt aangetast of de samenstelling ervan wordt gewijzigd.
7. Onverminderd het krachtens het eerste lid bepaalde is degene die de kennisgeving doet, verplicht daarbij alle gegevens als bedoeld in het eerste lid, onder <em>a</em>, over te leggen, waarover hij beschikt of redelijkerwijs kan beschikken.
8. Een kennisgeving als bedoeld in artikel 3kan slechts worden gedaan door een binnen de Europese Economische Ruimte gevestigde persoon.
9. Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nadere regelen stellen omtrent de krachtens het eerste tot en met derde lid en het vijfde lid over te leggen gegevens en omtrent de wijze waarop de kennisgevingen en de overlegging van gegevens moeten geschieden.
a. de identiteit, de eigenschappen en de gevaren van de stof;
b. de hoeveelheid van de stof waarvan de vervaardiging, de invoer of het aan een ander ter beschikking stellen wordt beoogd;
c. de verwachte toepassing van de stof;
d. mogelijkheden om de stof onschadelijk te maken;
e. aanbevolen aanwijzingen voor het gebruik van de stof, aanbevolen maatregelen om verspreiding van de stof te voorkomen en aanbevolen noodmaatregelen bij een ongeval met de stof.
2. Indien de kennisgeving betrekking heeft op het vervaardigen van de stof, is hij tevens verplicht schriftelijk de plaats mede te delen, waar de stof wordt vervaardigd.
3. Indien de kennisgeving betrekking heeft op het invoeren of het aan een ander ter beschikking stellen van de stof, is hij tevens verplicht schriftelijk over te leggen:
a. een voorstel inzake de indeling van de stof overeenkomstig artikel 34;
b. een voorstel voor de wijze van aanduiding van de stof;
c. een voorstel voor de bij vervoer en opslag te nemen maatregelen ter bescherming van mens en milieu tegen de mogelijke nadelige effecten van de stof.
4. In afwijking van het eerste lid behoeft degene die een kennisgeving doet van het invoeren of het aan een ander ter beschikking stellen van een stof met betrekking waartoe ten minste tien jaren tevoren voor het eerst in de Europese Economische Ruimte kennisgeving is gedaan, niet de ingevolge het eerste lid, onder <em>a</em>, aangewezen gegevens met betrekking tot de eigenschappen van de stof en de ingevolge het eerste lid, onder <em>d</em>, aangewezen gegevens over te leggen.
5. Degene die een kennisgeving doet als bedoeld in artikel 3, is verplicht voor het verkrijgen van de in het eerste lid bedoelde gegevens onderzoek te verrichten, tenzij hij reeds op andere wijze over de vereiste gegevens kan beschikken. Hij is verplicht bij de overgelegde gegevens met betrekking tot de stof tevens gegevens te vermelden met betrekking tot de identiteit van degene die het in de eerste volzin bedoelde onderzoek heeft verricht.
6. Indien met het oog op de stabiliteit van de stof daaraan hulpstoffen zijn toegevoegd, of indien bij de stof onzuiverheden voorkomen, dienen de krachtens het eerste en derde lid over te leggen gegevens en het krachtens het vijfde lid te verrichten onderzoek betrekking te hebben op de stof tezamen met die hulpstoffen of onzuiverheden, doch zonder de oplosmiddelen die kunnen worden afgescheiden zonder dat de stabiliteit van de stof wordt aangetast of de samenstelling ervan wordt gewijzigd.
7. Onverminderd het krachtens het eerste lid bepaalde is degene die de kennisgeving doet, verplicht daarbij alle gegevens als bedoeld in het eerste lid, onder <em>a</em>, over te leggen, waarover hij beschikt of redelijkerwijs kan beschikken.
8. Een kennisgeving als bedoeld in artikel 3kan slechts worden gedaan door een binnen de Europese Economische Ruimte gevestigde persoon.
9. Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nadere regelen stellen omtrent de krachtens het eerste tot en met derde lid en het vijfde lid over te leggen gegevens en omtrent de wijze waarop de kennisgevingen en de overlegging van gegevens moeten geschieden.