BWBR0003871
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 26
Besluit opleiding rechterlijke ambtenaren
1. Ten minste eenmaal per jaar vormt de rector zich een oordeel omtrent de wijze waarop de rechterlijk ambtenaar in opleiding de onderscheidene vaardigheidsleergangen en studiebijeenkomsten heeft doorlopen.
2. De rector vermeldt zijn oordeel op een lijst waarvan het model door Onze Minister wordt vastgesteld en bespreekt daarna dit oordeel met de rechterlijk ambtenaar in opleiding. Een samenvatting van het gesprek wordt eveneens op de lijst vastgelegd. De rector zendt de lijst vervolgens zo spoedig mogelijk aan Onze Minister. De rechterlijk ambtenaar in opleiding ontvangt een afschrift van de lijst.
3. Tegen het oordeel van de rector kan een belanghebbende beroep instellen bij Onze Minister.
4. Indien Onze Minister de bezwaren kennelijk geheel gegrond acht, stelt hij dienovereenkomstig het oordeel nader vast. In andere gevallen dan in de vorige volzin bedoeld stelt Onze Minister het oordeel, al dan niet gewijzigd, eerst vast na terzake het advies te hebben ingewonnen van de commissie, bedoeld in artikel 25d, derde lid.
2. De rector vermeldt zijn oordeel op een lijst waarvan het model door Onze Minister wordt vastgesteld en bespreekt daarna dit oordeel met de rechterlijk ambtenaar in opleiding. Een samenvatting van het gesprek wordt eveneens op de lijst vastgelegd. De rector zendt de lijst vervolgens zo spoedig mogelijk aan Onze Minister. De rechterlijk ambtenaar in opleiding ontvangt een afschrift van de lijst.
3. Tegen het oordeel van de rector kan een belanghebbende beroep instellen bij Onze Minister.
4. Indien Onze Minister de bezwaren kennelijk geheel gegrond acht, stelt hij dienovereenkomstig het oordeel nader vast. In andere gevallen dan in de vorige volzin bedoeld stelt Onze Minister het oordeel, al dan niet gewijzigd, eerst vast na terzake het advies te hebben ingewonnen van de commissie, bedoeld in artikel 25d, derde lid.