BWBR0003871
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 21a
Besluit opleiding rechterlijke ambtenaren
1. Om benoemd te kunnen worden als rechterlijk ambtenaar in opleiding dient het afsluitend examen, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren</a>, te voldoen aan de eisen van het tweede lid.
2. Het afsluitend examen is zodanig samengesteld dat ten minste grondige kennis van en inzicht in de volgende rechtsgebieden is verkregen:
a. burgerlijk recht, met inbegrip van burgerlijk procesrecht;
b. strafrecht, met inbegrip van strafprocesrecht; en
c. bestuursrecht, met inbegrip van bestuursprocesrecht.
3. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt onder afsluitend examen, bedoeld in die leden, tevens begrepen het schakelprogramma, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0006530/artikel/2b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2b, eerste en tweede lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren</a>.
2. Het afsluitend examen is zodanig samengesteld dat ten minste grondige kennis van en inzicht in de volgende rechtsgebieden is verkregen:
a. burgerlijk recht, met inbegrip van burgerlijk procesrecht;
b. strafrecht, met inbegrip van strafprocesrecht; en
c. bestuursrecht, met inbegrip van bestuursprocesrecht.
3. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt onder afsluitend examen, bedoeld in die leden, tevens begrepen het schakelprogramma, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0006530/artikel/2b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2b, eerste en tweede lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren</a>.