BWBR0003871
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 18
Besluit opleiding rechterlijke ambtenaren
1. De selectiecommissie heeft tot taak Onze Minister, ten behoeve van diens beslissing omtrent de toelating tot de opleiding, van advies te dienen over het vermogen van kandidaten om de opleiding met gunstig resultaat te doorlopen en over hun geschiktheid voor een der in artikel 2bedoelde functies.
2. Ten behoeve van haar advies stelt de selectiecommissie ten aanzien van de kandidaten een onderzoek in; dit kan zowel een beperkt als een volledig onderzoek zijn.
3. Indien de selectiecommissie een beperkt onderzoek heeft ingesteld en reeds op grond van het resultaat daarvan oordeelt dat zij geen gunstig advies zal kunnen uitbrengen, doet zij daarvan terstond mededeling aan Onze Minister.
4. In andere gevallen dan die, bedoeld in het derde lid, stelt de selectiecommissie een volledig onderzoek in, dat ten minste omvat:
a. het inwinnen van schriftelijke inlichtingen bij door de kandidaat opgegeven referenten;
b. een persoonlijk onderhoud met de kandidaat door niet meer dan vijf leden van de commissie;
c. kennisneming van de uitslag van een ten aanzien van de kandidaat ingesteld psychologisch onderzoek.
De selectiecommissie brengt in deze gevallen zo spoedig mogelijk na het persoonlijk onderhoud met de kandidaat gemotiveerd advies uit aan Onze Minister.
5. De selectiecommissie kan haar voorzitter machtigen bepaalde beslissingen namens de commissie te nemen. Een zodanige machtiging, de aard en omvang van het beperkt onderzoek en wat overigens met betrekking tot de werkwijze van de commissie behoort te worden geregeld, legt de commissie neer in een reglement van orde dat de instemming van Onze Minister behoeft.
2. Ten behoeve van haar advies stelt de selectiecommissie ten aanzien van de kandidaten een onderzoek in; dit kan zowel een beperkt als een volledig onderzoek zijn.
3. Indien de selectiecommissie een beperkt onderzoek heeft ingesteld en reeds op grond van het resultaat daarvan oordeelt dat zij geen gunstig advies zal kunnen uitbrengen, doet zij daarvan terstond mededeling aan Onze Minister.
4. In andere gevallen dan die, bedoeld in het derde lid, stelt de selectiecommissie een volledig onderzoek in, dat ten minste omvat:
a. het inwinnen van schriftelijke inlichtingen bij door de kandidaat opgegeven referenten;
b. een persoonlijk onderhoud met de kandidaat door niet meer dan vijf leden van de commissie;
c. kennisneming van de uitslag van een ten aanzien van de kandidaat ingesteld psychologisch onderzoek.
De selectiecommissie brengt in deze gevallen zo spoedig mogelijk na het persoonlijk onderhoud met de kandidaat gemotiveerd advies uit aan Onze Minister.
5. De selectiecommissie kan haar voorzitter machtigen bepaalde beslissingen namens de commissie te nemen. Een zodanige machtiging, de aard en omvang van het beperkt onderzoek en wat overigens met betrekking tot de werkwijze van de commissie behoort te worden geregeld, legt de commissie neer in een reglement van orde dat de instemming van Onze Minister behoeft.