BWBR0003630
Geldig vanaf 2016-11-17
Artikel 8
Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984
1. Het salaris van de ambtenaar die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal heeft bereikt, kan worden verhoogd, indien hij naar het oordeel van het bevoegd gezag uitstekend functioneert.
2. Bij een salarisverhoging als bedoeld in het eerste lid wordt het salaris:
a. voor de ambtenaar voor wie één der salarisschalen 1 tot en met 18 van de bijlage B geldt, vastgesteld op een bedrag vermeld in de naasthogere salarisschaal, met dien verstande dat het maximum van die schaal niet wordt overschreden;
b. voor de ambtenaar voor wie salarisschaal 19 van de bijlage A geldt, vastgesteld op één van de volgende bedragen: € 10.708,88; € 10.958,21; € 11.207,56.
3. Indien het functioneren van de ambtenaar niet langer als uitstekend kan worden gekwalificeerd, kan het bevoegd gezag de toekenning van de salarisverhoging, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk intrekken.
4. Het oordeel van het bevoegd gezag over het functioneren van de ambtenaar komt tot stand op basis van een gesprek als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001950/artikel/71" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 71 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement</a>, voorzover het betreft de in het eerste lid van <a href="/wet/BWBR0001950/artikel/71" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">dat artikel onder a en b</a>genoemde onderwerpen, dan wel op basis van een vastgestelde beoordeling als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001950/artikel/71a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 71a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement</a>.
2. Bij een salarisverhoging als bedoeld in het eerste lid wordt het salaris:
a. voor de ambtenaar voor wie één der salarisschalen 1 tot en met 18 van de bijlage B geldt, vastgesteld op een bedrag vermeld in de naasthogere salarisschaal, met dien verstande dat het maximum van die schaal niet wordt overschreden;
b. voor de ambtenaar voor wie salarisschaal 19 van de bijlage A geldt, vastgesteld op één van de volgende bedragen: € 10.708,88; € 10.958,21; € 11.207,56.
3. Indien het functioneren van de ambtenaar niet langer als uitstekend kan worden gekwalificeerd, kan het bevoegd gezag de toekenning van de salarisverhoging, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk intrekken.
4. Het oordeel van het bevoegd gezag over het functioneren van de ambtenaar komt tot stand op basis van een gesprek als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001950/artikel/71" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 71 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement</a>, voorzover het betreft de in het eerste lid van <a href="/wet/BWBR0001950/artikel/71" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">dat artikel onder a en b</a>genoemde onderwerpen, dan wel op basis van een vastgestelde beoordeling als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001950/artikel/71a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 71a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement</a>.