BWBR0003630
Geldig vanaf 2016-11-17
Artikel 5a
Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984
1. De ambtenaar die zich niet kan verenigen met de uitkomst van de bepaling van de zwaarte van zijn functie als bedoeld in artikel 5, derde lid, kan het voor de toepassing van artikel 5, tweede lid, bevoegde gezag verzoeken die waarderingsuitkomst opnieuw in overweging te nemen.
2. Indien de toepassing van het bepaalde in artikel 5, tweede lid, berust bij Ons, worden Wij vertegenwoordigd door Onze Minister wie het aangaat.
3. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt regels betreffende de behandeling van verzoeken als bedoeld in het eerste lid.
4. Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing indien voor de ambtenaar een bijzondere regeling geldt als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001950/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 13 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement</a>of in bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling.
2. Indien de toepassing van het bepaalde in artikel 5, tweede lid, berust bij Ons, worden Wij vertegenwoordigd door Onze Minister wie het aangaat.
3. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt regels betreffende de behandeling van verzoeken als bedoeld in het eerste lid.
4. Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing indien voor de ambtenaar een bijzondere regeling geldt als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001950/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 13 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement</a>of in bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling.