BWBR0003451
Geldig vanaf 1981-11-01
Artikel 6
Bijdrageregeling sanering van milieuhinderlijke bedrijven in de woonomgeving
1. Gedeputeerde staten stellen telkenjare voor de eerstvolgende periode van drie kalenderjaren een saneringsprogramma vast, waarin is aangegeven met betrekking tot welke van de op de in artikel 3bedoelde lijst verplaatste bedrijven in die periode sanering zou moeten plaatsvinden.
2. Bij de voorbereiding van het saneringsprogramma plegen gedeputeerde staten overleg met de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten, waarbinnen de bedrijven waarop het programma betrekking heeft, zijn gelegen.
3. Alvorens het saneringsprogramma vast te stellen, stellen gedeputeerde staten de inspecteur en de provinciale stadsvernieuwingscommissie in de gelegenheid binnen een door hen te bepalen termijn advies uit te brengen over het ontwerp van het programma.
4. In het saneringsprogramma wordt van elk van de daarin opgenomen bedrijven aangegeven:
a. welke wijze van sanering het meest doelmatig is, mede gelet op de bedrijfseconomische perspectieven van het bedrijf en de ruimtelijke ontwikkeling van zijn omgeving;
b. welke naar schatting de kosten van de onder a bedoelde wijz van sanering zijn;
c. in hoeverre naar verwachting ter zake van de kosten van de onder a bedoelde wijze van sanering andere bijdragen kunnen worden verkregen;
d. welke andere maatregelen dan die welke voortvloeien uit de onder a bedoelde wijze van sanering, door de betrokken gemeente getroffen moeten worden om in de omgeving van het bedrijf een uit milieuhygiënisch oogpunt aanvaardbare situatie te bereiken.
2. Bij de voorbereiding van het saneringsprogramma plegen gedeputeerde staten overleg met de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten, waarbinnen de bedrijven waarop het programma betrekking heeft, zijn gelegen.
3. Alvorens het saneringsprogramma vast te stellen, stellen gedeputeerde staten de inspecteur en de provinciale stadsvernieuwingscommissie in de gelegenheid binnen een door hen te bepalen termijn advies uit te brengen over het ontwerp van het programma.
4. In het saneringsprogramma wordt van elk van de daarin opgenomen bedrijven aangegeven:
a. welke wijze van sanering het meest doelmatig is, mede gelet op de bedrijfseconomische perspectieven van het bedrijf en de ruimtelijke ontwikkeling van zijn omgeving;
b. welke naar schatting de kosten van de onder a bedoelde wijz van sanering zijn;
c. in hoeverre naar verwachting ter zake van de kosten van de onder a bedoelde wijze van sanering andere bijdragen kunnen worden verkregen;
d. welke andere maatregelen dan die welke voortvloeien uit de onder a bedoelde wijze van sanering, door de betrokken gemeente getroffen moeten worden om in de omgeving van het bedrijf een uit milieuhygiënisch oogpunt aanvaardbare situatie te bereiken.