BWBR0003451
Geldig vanaf 1981-11-01
Artikel 16
Bijdrageregeling sanering van milieuhinderlijke bedrijven in de woonomgeving
1. In geval van sanering door verplaatsing wordt de bijdrage verleend in:
a. het ten laste van de gemeente komende gedeelte van de kosten die het bedrijf noodzakelijkerwijs moet maken ter zake van de verplaatsing van de bedrijfsmiddelen en de voorraden naar de nieuwe vestigingsplaats;
b. het ten laste van de gemeente komende gedeelte van de tijdens de sanering optredende stagnatieschade van het bedrijf, voor zover deze een rechtstreeks en onvermijdelijk gevolg is van de sanering;
c. de kosten ter zake van de verwerving door de gemeente van de eigendom van het onroerend goed waarop het bedrijf is gevestigd, verminderd met een naar billijkheid te bepalen gedeelte van de opbrengst bij het opnieuw in exploitatie brengen van het onroerend goed;
d. de kosten ter zake van het slopen of verwijderen door de gemeente van de op het onroerend goed aanwezige bouwwerken, verminderd met eventuele opbrengsten van vrijkomende goederen, voor zover deze werkzaamheden nodig zijn ter realisering van de toekomstige functie van het onroerend goed.
2. Onder de kosten, bedoeld in het eerste lid, onder c, worden niet begrepen vergoedingen aan de eigenaar of de gebruiker van het onroerend goed anders dan voor de waarde van het onroerend goed
3. De in het eerste lid bedoelde bijdrage bedraagt ten hoogste 90% van de in het eerste lid, onder a, c en d, bedoelde kosten en ten hoogste 70% van de in het eerste lid, onder b, bedoelde kosten.
a. het ten laste van de gemeente komende gedeelte van de kosten die het bedrijf noodzakelijkerwijs moet maken ter zake van de verplaatsing van de bedrijfsmiddelen en de voorraden naar de nieuwe vestigingsplaats;
b. het ten laste van de gemeente komende gedeelte van de tijdens de sanering optredende stagnatieschade van het bedrijf, voor zover deze een rechtstreeks en onvermijdelijk gevolg is van de sanering;
c. de kosten ter zake van de verwerving door de gemeente van de eigendom van het onroerend goed waarop het bedrijf is gevestigd, verminderd met een naar billijkheid te bepalen gedeelte van de opbrengst bij het opnieuw in exploitatie brengen van het onroerend goed;
d. de kosten ter zake van het slopen of verwijderen door de gemeente van de op het onroerend goed aanwezige bouwwerken, verminderd met eventuele opbrengsten van vrijkomende goederen, voor zover deze werkzaamheden nodig zijn ter realisering van de toekomstige functie van het onroerend goed.
2. Onder de kosten, bedoeld in het eerste lid, onder c, worden niet begrepen vergoedingen aan de eigenaar of de gebruiker van het onroerend goed anders dan voor de waarde van het onroerend goed
3. De in het eerste lid bedoelde bijdrage bedraagt ten hoogste 90% van de in het eerste lid, onder a, c en d, bedoelde kosten en ten hoogste 70% van de in het eerste lid, onder b, bedoelde kosten.