BWBR0003451
Geldig vanaf 1981-11-01
Artikel 3
Bijdrageregeling sanering van milieuhinderlijke bedrijven in de woonomgeving
1. Gedeputeerde staten stellen voor 1 november 1982 een lijst vast van de geheel of in hoofdzaak binnen hun provincie gelegen milieuhinderlijke bedrijven, in de kosten van sanering waarvan in beginsel een bijdrage kan worden verleend. Daartoe nodigen zij de colleges van burgemeester een wethouders van de in hun provincie gelegen gemeenten uit schriftelijke opgave te doen van de voor plaatsing op de lijst in aanmerking komende milieuhinderlijke bedrijven.
2. Alvorens de lijst vast te stellen, stellen gedeputeerde staten de inspecteur in de gelegenheid binnen een door hen te bepalen termijn advies uit te brengen over de ingevolge het eerste lid gedane opgaven en het ontwerp van de lijst.
3. Voor plaatsing op de lijst komen in aanmerking milieuhinderlijke bedrijven die werk bieden aan ten hoogste 35 personen en die op de huidige vestigingsplaats in werking gebracht zijn voor 1 januari 1976.
4. Op de lijst worden niet geplaatst:
a. inrichtingen, aangewezen krachtens artikel 19 van de Wet inzake de luchtverontreiniging of krachtens artikel 16 van de Wet geluidhinder, alsmede inrichtingen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onder a en b, en tweede lid, van de Afvalstoffenwet;
b. LPG-tankstations voor het wegverkeer;
c. bedrijven die geheel of grotendeels voor de openbare dienst worden gebruikt;
d. milieuhinderlijke bedrijven ten aanzien waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen, mede gelet op de aard en de omvang van de te treffen maatregelen, dat een sanering zonder een bijdrage op grond van dit besluit kan plaats hebben.
5. Gedeputeerde staten kunnen in bijzondere gevallen, in afwijking van het bepaalde in het derde lid, besluiten ook een bedrijf dat werk biedt aan meer dan 35 personen of dat op de huidige vestigingsplaats in werking is gebracht na 1 januari 1976, op de lijst te plaatsen.
2. Alvorens de lijst vast te stellen, stellen gedeputeerde staten de inspecteur in de gelegenheid binnen een door hen te bepalen termijn advies uit te brengen over de ingevolge het eerste lid gedane opgaven en het ontwerp van de lijst.
3. Voor plaatsing op de lijst komen in aanmerking milieuhinderlijke bedrijven die werk bieden aan ten hoogste 35 personen en die op de huidige vestigingsplaats in werking gebracht zijn voor 1 januari 1976.
4. Op de lijst worden niet geplaatst:
a. inrichtingen, aangewezen krachtens artikel 19 van de Wet inzake de luchtverontreiniging of krachtens artikel 16 van de Wet geluidhinder, alsmede inrichtingen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onder a en b, en tweede lid, van de Afvalstoffenwet;
b. LPG-tankstations voor het wegverkeer;
c. bedrijven die geheel of grotendeels voor de openbare dienst worden gebruikt;
d. milieuhinderlijke bedrijven ten aanzien waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen, mede gelet op de aard en de omvang van de te treffen maatregelen, dat een sanering zonder een bijdrage op grond van dit besluit kan plaats hebben.
5. Gedeputeerde staten kunnen in bijzondere gevallen, in afwijking van het bepaalde in het derde lid, besluiten ook een bedrijf dat werk biedt aan meer dan 35 personen of dat op de huidige vestigingsplaats in werking is gebracht na 1 januari 1976, op de lijst te plaatsen.