BWBR0003451
Geldig vanaf 1981-11-01
Artikel 23
Bijdrageregeling sanering van milieuhinderlijke bedrijven in de woonomgeving
1. De vaststelling van de bijdrage vindt plaats, nadat de sanering ten behoeve waarvan de bijdrage is verleend, voltooid is en de krachtens artikel 22gestelde voorwaarden zijn vervuld.
2. De bijdrage wordt door gedeputeerde staten vastgesteld op basis van een door burgemeester en wethouders verstrekte opgave van de blijkens een accountantsverklaring geverifieerde werkelijke kosten van de sanering, die bij de verlening van de bijdrage in aanmerking zijn genomen.
3. Indien de werkelijke kosten van de sanering hoger zijn dan bij de verlening van de bijdrage is aangenomen, kan, voor zover de hogere kosten een rechtstreeks en onvermijdelijk gevolg zijn van omstandigheden die op het tijdstip van de verlening van de bijdrage niet konden worden voorzien, de bijdrage worden vastgesteld op een bedrag dat hoger is dan het bedrag van de verleende bijdrage.
4. Gedeputeerde staten brengen hun besluit tot vaststelling van de bijdrage ter kennis van burgemeester en wethouders, de minister en de inspecteur.
5. Na ontvangst van het besluit draagt de minister zorg voor de uitbetaling van het daarbij vastgestelde bedrag aan de gemeente.
2. De bijdrage wordt door gedeputeerde staten vastgesteld op basis van een door burgemeester en wethouders verstrekte opgave van de blijkens een accountantsverklaring geverifieerde werkelijke kosten van de sanering, die bij de verlening van de bijdrage in aanmerking zijn genomen.
3. Indien de werkelijke kosten van de sanering hoger zijn dan bij de verlening van de bijdrage is aangenomen, kan, voor zover de hogere kosten een rechtstreeks en onvermijdelijk gevolg zijn van omstandigheden die op het tijdstip van de verlening van de bijdrage niet konden worden voorzien, de bijdrage worden vastgesteld op een bedrag dat hoger is dan het bedrag van de verleende bijdrage.
4. Gedeputeerde staten brengen hun besluit tot vaststelling van de bijdrage ter kennis van burgemeester en wethouders, de minister en de inspecteur.
5. Na ontvangst van het besluit draagt de minister zorg voor de uitbetaling van het daarbij vastgestelde bedrag aan de gemeente.