BWBR0003451
Geldig vanaf 1981-11-01
Artikel 19
Bijdrageregeling sanering van milieuhinderlijke bedrijven in de woonomgeving
1. In geval van sanering door liquidatie wordt de bijdrage verleend in:
a. het ten laste van de gemeente komende gedeelte van de kosten die voor het bedrijf rechtstreeks en onvermijdelijk voortvloeien uit de sanering;
b. de kosten ter zake van de verwerving doo "doo" moet zijn "door" de gemeente van de eigendom van het onroerend goed waarop het bedrijf is gevestigd, verminderd met een naar billijkheid te bepalen gedeelte van de opbrengst bij het opnieuw in exploitatie brengen van het onroerend goed;
c. de kosten ter zake van het slopen of verwijderen door de gemeente van de op het onroerend goed aanwezige bouwwerken, verminderd met eventuele opbrengsten van vrijkomende goederen, voor zover deze werkzaamheden nodig zijn ter realisering van de toekomstige functie van het onroerend goed.
2. Onder de in het eerste lid, onder a, bedoelde kosten worden niet begrepen de kosten ter zake van een ten behoeve van het personeel van het bedrijf vastgestelde afvloeiingsregeling en de kosten ter zake van belastingschade.
3. Onder de in het eerste lid, onder b, bedoelde kosten worden niet begrepen vergoedingen aan de eigenaar of de gebruiker van het onroerend goed anders dan voor de waarde van het onroerend goed.
4. De in het eerste lid bedoelde bijdrage bedraagt ten hoogste 70% van de in het eerste lid, onder a, bedoelde kosten en ten hoogste 90% van de in het eerste lid, onder b en c, bedoelde kosten.
a. het ten laste van de gemeente komende gedeelte van de kosten die voor het bedrijf rechtstreeks en onvermijdelijk voortvloeien uit de sanering;
b. de kosten ter zake van de verwerving doo "doo" moet zijn "door" de gemeente van de eigendom van het onroerend goed waarop het bedrijf is gevestigd, verminderd met een naar billijkheid te bepalen gedeelte van de opbrengst bij het opnieuw in exploitatie brengen van het onroerend goed;
c. de kosten ter zake van het slopen of verwijderen door de gemeente van de op het onroerend goed aanwezige bouwwerken, verminderd met eventuele opbrengsten van vrijkomende goederen, voor zover deze werkzaamheden nodig zijn ter realisering van de toekomstige functie van het onroerend goed.
2. Onder de in het eerste lid, onder a, bedoelde kosten worden niet begrepen de kosten ter zake van een ten behoeve van het personeel van het bedrijf vastgestelde afvloeiingsregeling en de kosten ter zake van belastingschade.
3. Onder de in het eerste lid, onder b, bedoelde kosten worden niet begrepen vergoedingen aan de eigenaar of de gebruiker van het onroerend goed anders dan voor de waarde van het onroerend goed.
4. De in het eerste lid bedoelde bijdrage bedraagt ten hoogste 70% van de in het eerste lid, onder a, bedoelde kosten en ten hoogste 90% van de in het eerste lid, onder b en c, bedoelde kosten.