BWBR0003451
Geldig vanaf 1981-11-01
Artikel 10
Bijdrageregeling sanering van milieuhinderlijke bedrijven in de woonomgeving
1. Een aanvraag als bedoeld in artikel 9bevat ten minste:
a. een opgave van naam, adres en kadastrale gegevens van het bedrijf;
b. een overzicht van de maatregelen die noodzakelijk zijn om gevaar, schade of hinder tot een aanvaardbaar peil terug te brengen;
c. een opgave van de vergunningen welke met het oog op de in of door het bedrijf verrichte activiteiten vereist zijn krachtens de wetten genoemd in artikel 6 van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne;
d. een gespecificeerde raming van de kosten van de maatregelen bedoeld onder b;
e. een opgave van het deel van de kosten, bedoeld onder d, dat voor rekening zal blijven van het bedrijf;
f. een opgave van de bijdragen, tegemoetkomingen, vergoedingen, opbrengsten of andere inkomsten, die uit anderen hoofde ter zake van de kosten, bedoeld onder d, door de gemeente of het bedrijf zullen worden verkregen, dan wel van aanspraken daarop;
g. de winst- en verliesrekning en de balans van het bedrijf over de laatste drie jaren;
h. een door het bedrijf opgestelde prognose van balans, liquiditeitspositie en winst- en verliesrekening van het bedrijf na de sanering;
i. een opgave van de huidige en toekomstige bestemming van de gronden waarop het bedrijf gevestigd is;
j. een opgave van de huidige en toekomstige bestemming van de gronden waar het bedrijf in geval van sanering door verplaatsing zijn activiteiten zal hervatten;
k. een verklaring van de eigenaar van het bedrijf, dat hij in beginsel bereid is tot medewerking aan de uitvoering van de maatregelen, bedoeld onder b;
l. een verklaring van burgemeester en wethouders en van de eigenaar van het bedrijf, dat zij, ingeval een bijdrage wordt verleend, te allen tijde aan door de Minister of door gedeputeerde staten aangewezen personen de gelegenheid zullen geven zowel door onderzoek van boeken en andere bescheiden als anderszins alle inlichtingen in te winnen, voor zover zulks redelijkerwijs voor de vervullen van hun taak met betrekking tot controle op de besteding van rijksgelden nodig is.
2. Indien ter bepaling van de kosten, bedoeld in het eerste lid, onder d, een waardebepaling nodig is, wordt deze verricht door de gemeente, dan wel door een in opdracht van de gemeente handelende taxateur.
a. een opgave van naam, adres en kadastrale gegevens van het bedrijf;
b. een overzicht van de maatregelen die noodzakelijk zijn om gevaar, schade of hinder tot een aanvaardbaar peil terug te brengen;
c. een opgave van de vergunningen welke met het oog op de in of door het bedrijf verrichte activiteiten vereist zijn krachtens de wetten genoemd in artikel 6 van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne;
d. een gespecificeerde raming van de kosten van de maatregelen bedoeld onder b;
e. een opgave van het deel van de kosten, bedoeld onder d, dat voor rekening zal blijven van het bedrijf;
f. een opgave van de bijdragen, tegemoetkomingen, vergoedingen, opbrengsten of andere inkomsten, die uit anderen hoofde ter zake van de kosten, bedoeld onder d, door de gemeente of het bedrijf zullen worden verkregen, dan wel van aanspraken daarop;
g. de winst- en verliesrekning en de balans van het bedrijf over de laatste drie jaren;
h. een door het bedrijf opgestelde prognose van balans, liquiditeitspositie en winst- en verliesrekening van het bedrijf na de sanering;
i. een opgave van de huidige en toekomstige bestemming van de gronden waarop het bedrijf gevestigd is;
j. een opgave van de huidige en toekomstige bestemming van de gronden waar het bedrijf in geval van sanering door verplaatsing zijn activiteiten zal hervatten;
k. een verklaring van de eigenaar van het bedrijf, dat hij in beginsel bereid is tot medewerking aan de uitvoering van de maatregelen, bedoeld onder b;
l. een verklaring van burgemeester en wethouders en van de eigenaar van het bedrijf, dat zij, ingeval een bijdrage wordt verleend, te allen tijde aan door de Minister of door gedeputeerde staten aangewezen personen de gelegenheid zullen geven zowel door onderzoek van boeken en andere bescheiden als anderszins alle inlichtingen in te winnen, voor zover zulks redelijkerwijs voor de vervullen van hun taak met betrekking tot controle op de besteding van rijksgelden nodig is.
2. Indien ter bepaling van de kosten, bedoeld in het eerste lid, onder d, een waardebepaling nodig is, wordt deze verricht door de gemeente, dan wel door een in opdracht van de gemeente handelende taxateur.