BWBR0003264
Geldig vanaf 1979-10-01
Artikel 20
I.M.B. 1979
1. Na afloop van de meting en vóór de afgifte van de meetbrief dienen de ijkmerken of de ijkplaten te worden aangebracht.
2. In plaats van de ijkmerken als omschreven in artikel 17, kunnen de merken ook bestaan uit ijkplaten van ten minste 30 cm lengte en 4 cm hoogte. De onderkant van de ijkplaat geeft de lastlijn aan. De ijkplaat heeft evenals het ijkmerk een verticale lijn van 20 cm lengte, te plaatsen loodrecht onder het midden van de onderkant van de ijkplaat. (Zie bijlage, figuur 6).
De lijnen van het ijkmerk moeten op stalen schepen worden ingebeiteld. Op houten en betonnen schepen dienen ijkplaten te worden aangebracht. Op betonnen schepen en schepen van ander materiaal dan staal of hout dient de bevestiging van deze platen door belanghebbende, ten genoege van de ambtenaar van de divisie Scheepvaart te worden uitgevoerd.
3. In alle ijkmerken of op alle ijkplaten wordt het metingswerk met letters en cijfers van 2½ à 3 cm hoogte ingeslagen, bestaande uit de hierna omschreven aanduidingen (zie bijlage, figuur 6):
a. de onderscheidingsletters HN, en;
b. het nummer van de meetbrief.
4. In het geval dat een vaartuig regelmatig verkeert in zone 4 en bij uitzondering in een zone 2 of 3 en waarbij, nadat voor laatstgenoemde zone ook een vrijboordberekening is gemaakt, blijkt dat een groter vrijboord noodzakelijk is, dient het ijkmerk uitgevoerd te worden zoals figuur 7 van de bijlageaangeeft. In een dergelijk geval worden voor de ijkmerken toegevoegde horizontale lijnen ingehakt met een lengte van 15 cm en een hoogte van 3 cm, terwijl daarnaast op gelijk niveau het bijbehorende cijfer van de zone dient te worden ingehakt met een hoogte van 6 cm en een breedte van 4 cm. De toegevoegde verticale lijn wordt ingehakt met een breedte van 3 cm. De toegevoegde lijnen en cijfers moeten op gelijke wijze als het ijkmerk geschilderd zijn. De diepgang mag in de desbetreffende zone niet meer zijn dan de onderkant van de toegevoegde lijn aangeeft. Van de aanbrenging ervan dient in de meetbrief een aantekening gesteld te worden bij rubriek 37 als volgt:
(37) ZONE (b.v.) 4, met aparte lijnen naast de ijkmerken voor de zones 2 en 3.
5. Indien belanghebbende verzoekt om ijkschalen, dienen deze door inbeitelingen in de huid van het vaartuig te worden aangebracht op een wijze als door de inspecteur-generaal nader te bepalen.
2. In plaats van de ijkmerken als omschreven in artikel 17, kunnen de merken ook bestaan uit ijkplaten van ten minste 30 cm lengte en 4 cm hoogte. De onderkant van de ijkplaat geeft de lastlijn aan. De ijkplaat heeft evenals het ijkmerk een verticale lijn van 20 cm lengte, te plaatsen loodrecht onder het midden van de onderkant van de ijkplaat. (Zie bijlage, figuur 6).
De lijnen van het ijkmerk moeten op stalen schepen worden ingebeiteld. Op houten en betonnen schepen dienen ijkplaten te worden aangebracht. Op betonnen schepen en schepen van ander materiaal dan staal of hout dient de bevestiging van deze platen door belanghebbende, ten genoege van de ambtenaar van de divisie Scheepvaart te worden uitgevoerd.
3. In alle ijkmerken of op alle ijkplaten wordt het metingswerk met letters en cijfers van 2½ à 3 cm hoogte ingeslagen, bestaande uit de hierna omschreven aanduidingen (zie bijlage, figuur 6):
a. de onderscheidingsletters HN, en;
b. het nummer van de meetbrief.
4. In het geval dat een vaartuig regelmatig verkeert in zone 4 en bij uitzondering in een zone 2 of 3 en waarbij, nadat voor laatstgenoemde zone ook een vrijboordberekening is gemaakt, blijkt dat een groter vrijboord noodzakelijk is, dient het ijkmerk uitgevoerd te worden zoals figuur 7 van de bijlageaangeeft. In een dergelijk geval worden voor de ijkmerken toegevoegde horizontale lijnen ingehakt met een lengte van 15 cm en een hoogte van 3 cm, terwijl daarnaast op gelijk niveau het bijbehorende cijfer van de zone dient te worden ingehakt met een hoogte van 6 cm en een breedte van 4 cm. De toegevoegde verticale lijn wordt ingehakt met een breedte van 3 cm. De toegevoegde lijnen en cijfers moeten op gelijke wijze als het ijkmerk geschilderd zijn. De diepgang mag in de desbetreffende zone niet meer zijn dan de onderkant van de toegevoegde lijn aangeeft. Van de aanbrenging ervan dient in de meetbrief een aantekening gesteld te worden bij rubriek 37 als volgt:
(37) ZONE (b.v.) 4, met aparte lijnen naast de ijkmerken voor de zones 2 en 3.
5. Indien belanghebbende verzoekt om ijkschalen, dienen deze door inbeitelingen in de huid van het vaartuig te worden aangebracht op een wijze als door de inspecteur-generaal nader te bepalen.