BWBR0003075
Geldig vanaf 2001-05-30
Artikel 70
Comptabiliteitswet
1. Indien voor een dienstonderdeel van een ministerie een afwijkend beheer wenselijk is, kunnen Onze betrokken minister en Onze Minister van Financiën, in afwijking van artikel 4, tweede lid, besluiten aan dat dienstonderdeel toe te staan onder bepaalde voorwaarden de begroting en de financiële verantwoording in te richten op basis van een stelsel van baten en lasten. Een zodanig besluit wordt genomen in overeenstemming met het oordeel van de ministerraad.
2. Een zodanig besluit wordt niet eerder genomen dan 30 dagen nadat het voornemen daartoe schriftelijk ter kennis is gebracht van de Tweede Kamer van de Staten-Generaal. Indien binnen deze termijn door of namens de Kamer of door tenminste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van de Kamer de wens te kennen wordt gegeven nadere inlichtingen te ontvangen over het voorgenomen besluit, wordt het besluit niet eerder genomen dan nadat deze inlichtingen zijn verstrekt. Indien de Kamer binnen 30 dagen na ontvangst van de kennisgeving, bedoeld in de eerste volzin, of binnen 14 dagen na het verstrekken van de in de tweede volzin bedoelde inlichtingen zich uitspreekt tegen het voorgenomen besluit, wordt het besluit niet genomen.
3. Aan de schriftelijke kennisgeving, bedoeld in het tweede lid, kan worden ontleend in hoeverre aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, is voldaan.
4. Onze betrokken minister doet van een zodanig besluit afschrift toekomen aan de Algemene Rekenkamer.
2. Een zodanig besluit wordt niet eerder genomen dan 30 dagen nadat het voornemen daartoe schriftelijk ter kennis is gebracht van de Tweede Kamer van de Staten-Generaal. Indien binnen deze termijn door of namens de Kamer of door tenminste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van de Kamer de wens te kennen wordt gegeven nadere inlichtingen te ontvangen over het voorgenomen besluit, wordt het besluit niet eerder genomen dan nadat deze inlichtingen zijn verstrekt. Indien de Kamer binnen 30 dagen na ontvangst van de kennisgeving, bedoeld in de eerste volzin, of binnen 14 dagen na het verstrekken van de in de tweede volzin bedoelde inlichtingen zich uitspreekt tegen het voorgenomen besluit, wordt het besluit niet genomen.
3. Aan de schriftelijke kennisgeving, bedoeld in het tweede lid, kan worden ontleend in hoeverre aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, is voldaan.
4. Onze betrokken minister doet van een zodanig besluit afschrift toekomen aan de Algemene Rekenkamer.