BWBR0003075
Geldig vanaf 2001-05-30
Artikel 54
Comptabiliteitswet
1. De Algemene Rekenkamer is bevoegd, voor zover zij een en ander nodig acht voor het uitoefenen van haar taak, bij alle dienstonderdelen van het Rijk alle goederen, administraties, documenten en andere informatiedragers op door haar aan te geven wijze te onderzoeken.
2. Onze ministers zijn gehouden desgevraagd de inlichtingen te verstrekken die de Rekenkamer voor haar taak nodig acht.
3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid wordt met betrekking tot de begrotingsartikelen "geheim" verricht door of verstrekt aan de president van de Rekenkamer in persoon. Artikel 46, tweede en derde lid, zijn niet van toepassing.
4. De president van de Rekenkamer is ten aanzien van de gegevens die hem ter beschikking worden gesteld met betrekking tot de begrotingsartikelen "geheim" verplicht tot geheimhouding. Voor zover hij dat van belang acht, deelt hij Onze minister wie het aangaat in persoon de resultaten mee van zijn bevindingen.
2. Onze ministers zijn gehouden desgevraagd de inlichtingen te verstrekken die de Rekenkamer voor haar taak nodig acht.
3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid wordt met betrekking tot de begrotingsartikelen "geheim" verricht door of verstrekt aan de president van de Rekenkamer in persoon. Artikel 46, tweede en derde lid, zijn niet van toepassing.
4. De president van de Rekenkamer is ten aanzien van de gegevens die hem ter beschikking worden gesteld met betrekking tot de begrotingsartikelen "geheim" verplicht tot geheimhouding. Voor zover hij dat van belang acht, deelt hij Onze minister wie het aangaat in persoon de resultaten mee van zijn bevindingen.