BWBR0003045
Geldig vanaf 1976-07-01
Artikel 338
Burgerlijk Wetboek Boek 2
1. Nadat een afschrift van het verzoekschrift aan hem is betekend door de oproeping, bedoeld in artikel 336a lid 3, en tot de dag waarop de beschikking onherroepelijk is geworden, kan de verweerder zijn aandelen niet vervreemden, verpanden of daarop een vruchtgebruik vestigen, tenzij de verzoekers daarvoor toestemming verlenen. Indien de verzoekers de toestemming weigeren, kan de ondernemingskamer op verzoek van verweerder de toestemming verlenen, indien verweerder bij de rechtshandeling een redelijk belang heeft. Tegen de beslissing van de ondernemingskamer staat geen hogere voorziening open.
2. Nadat het verzoek is toegewezen, kan de verweerder de aandelen slechts overdragen met inachtneming van de artikelen 339 tot en met 341.
3. De ondernemingskamer kan een voorlopige voorziening treffen met werking tot het tijdstip dat de aandelen worden overgedragen. <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/223" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>is van overeenkomstige toepassing. Een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt met de meeste spoed behandeld.
2. Nadat het verzoek is toegewezen, kan de verweerder de aandelen slechts overdragen met inachtneming van de artikelen 339 tot en met 341.
3. De ondernemingskamer kan een voorlopige voorziening treffen met werking tot het tijdstip dat de aandelen worden overgedragen. <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/223" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>is van overeenkomstige toepassing. Een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt met de meeste spoed behandeld.