BWBR0003045
Geldig vanaf 1976-07-01
Artikel 336a
Burgerlijk Wetboek Boek 2
1. Op verzoek van een of meer houders van aandelen die alleen of gezamenlijk ten minste een derde van het geplaatste kapitaal verschaffen, kan de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam bevelen dat een aandeelhouder zijn aandelen overeenkomstig artikel 341overdraagt wanneer deze aandeelhouder door zijn gedragingen al dan niet in hoedanigheid van aandeelhouder het belang van de vennootschap zodanig schaadt of heeft geschaad, dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet kan worden geduld.
2. Het verzoek kan niet worden ingediend door de vennootschap of een dochtermaatschappij van de vennootschap. De houder van aandelen waarvan de vennootschap of een dochtermaatschappij certificaten houdt, kan het verzoek slechts indienen indien en voor zover certificaten door anderen worden gehouden. Een aandeelhouder ten titel van beheer kan het verzoek slechts voor door hem beheerde aandelen indienen indien de desbetreffende certificaathouders daarmee tevoren hebben ingestemd.
3. Onverminderd <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/279" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 279 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>beveelt de ondernemingskamer in ieder geval de oproeping van de verweerders. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/271" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 271 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>geschiedt deze oproeping bij exploot.
4. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/282" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 282, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>kan iedere belanghebbende een verweerschrift indienen tot een door de ondernemingskamer bepaald tijdstip voorafgaand aan de aanvang van de mondelinge behandeling.
5. De ondernemingskamer kan haar beslissing op het verzoek voor een door haar te bepalen termijn aanhouden, indien ten processe blijkt dat de vennootschap of één of meer aandeelhouders op zich nemen maatregelen te treffen waardoor het nadeel dat de vennootschap lijdt zoveel mogelijk wordt ongedaan gemaakt of beperkt.
6. De ondernemingskamer is eveneens bevoegd kennis te nemen van met de in lid 1 bedoelde gedragingen samenhangende vorderingen tussen dezelfde partijen of tussen een der partijen en de vennootschap. Deze vorderingen kunnen worden ingediend met een verzoekschrift.
7. De ondernemingskamer kan een zaak splitsen indien het verzoek en de in het verzoekschrift ingediende vorderingen, bedoeld in lid 6, zich naar het oordeel van de ondernemingskamer niet lenen voor gezamenlijke behandeling in één feitelijke instantie. De gesplitste zaken worden voortgezet in de stand waarin zij zich bevinden op het moment van de splitsing. <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/71" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 71, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>is van overeenkomstige toepassing.
2. Het verzoek kan niet worden ingediend door de vennootschap of een dochtermaatschappij van de vennootschap. De houder van aandelen waarvan de vennootschap of een dochtermaatschappij certificaten houdt, kan het verzoek slechts indienen indien en voor zover certificaten door anderen worden gehouden. Een aandeelhouder ten titel van beheer kan het verzoek slechts voor door hem beheerde aandelen indienen indien de desbetreffende certificaathouders daarmee tevoren hebben ingestemd.
3. Onverminderd <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/279" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 279 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>beveelt de ondernemingskamer in ieder geval de oproeping van de verweerders. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/271" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 271 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>geschiedt deze oproeping bij exploot.
4. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/282" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 282, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>kan iedere belanghebbende een verweerschrift indienen tot een door de ondernemingskamer bepaald tijdstip voorafgaand aan de aanvang van de mondelinge behandeling.
5. De ondernemingskamer kan haar beslissing op het verzoek voor een door haar te bepalen termijn aanhouden, indien ten processe blijkt dat de vennootschap of één of meer aandeelhouders op zich nemen maatregelen te treffen waardoor het nadeel dat de vennootschap lijdt zoveel mogelijk wordt ongedaan gemaakt of beperkt.
6. De ondernemingskamer is eveneens bevoegd kennis te nemen van met de in lid 1 bedoelde gedragingen samenhangende vorderingen tussen dezelfde partijen of tussen een der partijen en de vennootschap. Deze vorderingen kunnen worden ingediend met een verzoekschrift.
7. De ondernemingskamer kan een zaak splitsen indien het verzoek en de in het verzoekschrift ingediende vorderingen, bedoeld in lid 6, zich naar het oordeel van de ondernemingskamer niet lenen voor gezamenlijke behandeling in één feitelijke instantie. De gesplitste zaken worden voortgezet in de stand waarin zij zich bevinden op het moment van de splitsing. <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/71" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 71, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>is van overeenkomstige toepassing.