BWBR0002565
Geldig vanaf 2012-01-01
Artikel 23
Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek
1. Indien verplichtingen tot en rechten op levensonderhoud van grootouders jegens kleinkinderen of van kleinkinderen jegens grootouders vóór het tijdstip van in werking treden van <a href="/wet/BWBR0002656" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Boek 1</a>bij overeenkomst waren geregeld of door een uitspraak van de rechter, die in kracht van gewijsde is gegaan, waren vastgesteld, blijven zij ook na dat tijdstip in stand, met dien verstande dat op verzoeken tot wijziging van deze rechten en verplichtingen van toepassing blijft het recht, geldende ten tijde van hun regeling of vaststelling.
2. Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing op verplichtingen tot en rechten op levensonderhoud van schoonouders jegens behuwdkinderen of van behuwdkinderen jegens schoonouders, die niet in overeenstemming zijn met het in <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/396" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 396 van Boek 1</a>bepaalde.
3. Uitspraken van de rechter, gedaan vóór het tijdstip van in werking treden van <a href="/wet/BWBR0002656" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Boek 1</a>, die, bij gebreke van hoger beroep of beroep in cassatie, na dat tijdstip in kracht van gewijsde gaan, blijven in stand.
4. Onverminderd het in <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/401" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 401 van Boek 1</a>bepaalde, kunnen de tot levensonderhoud verplichten, in de vorige leden bedoeld, de rechter verzoeken de verplichting tot het verstrekken van levensonderhoud op te heffen met ingang van een door de rechter te bepalen tijdstip. Dit tijdstip kan niet vroeger worden gesteld dan zes maanden na dat van in werking treden van <a href="/wet/BWBR0002656" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Boek 1</a>.
2. Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing op verplichtingen tot en rechten op levensonderhoud van schoonouders jegens behuwdkinderen of van behuwdkinderen jegens schoonouders, die niet in overeenstemming zijn met het in <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/396" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 396 van Boek 1</a>bepaalde.
3. Uitspraken van de rechter, gedaan vóór het tijdstip van in werking treden van <a href="/wet/BWBR0002656" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Boek 1</a>, die, bij gebreke van hoger beroep of beroep in cassatie, na dat tijdstip in kracht van gewijsde gaan, blijven in stand.
4. Onverminderd het in <a href="/wet/BWBR0002656/artikel/401" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 401 van Boek 1</a>bepaalde, kunnen de tot levensonderhoud verplichten, in de vorige leden bedoeld, de rechter verzoeken de verplichting tot het verstrekken van levensonderhoud op te heffen met ingang van een door de rechter te bepalen tijdstip. Dit tijdstip kan niet vroeger worden gesteld dan zes maanden na dat van in werking treden van <a href="/wet/BWBR0002656" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Boek 1</a>.