BWBR0002565
Geldig vanaf 2012-01-01
Artikel 121
Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek
1. In afwijking van artikel 73worden aanvang en duur van een verjaringstermijn door de wet bepaald in de gevallen waarin de verjaring overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0005291/artikel/320" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 320 van Boek 3</a>bij of binnen een jaar na het in werking treden van de wet wordt verlengd.
2. De artikelen 2023-2029 van het Burgerlijk Wetboek, zoals die tot aan het in werking treden van de wet golden, blijven gedurende een jaar nadien van toepassing op de gevallen waarin zij totdien toepasselijk waren, tenzij er een grond tot verlenging der verjaring overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0005291/artikel/321" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 321 van Boek 3</a>bestaat. Na afloop van dat jaar wordt de verjaring geacht nimmer geschorst te zijn geweest.
2. De artikelen 2023-2029 van het Burgerlijk Wetboek, zoals die tot aan het in werking treden van de wet golden, blijven gedurende een jaar nadien van toepassing op de gevallen waarin zij totdien toepasselijk waren, tenzij er een grond tot verlenging der verjaring overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0005291/artikel/321" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 321 van Boek 3</a>bestaat. Na afloop van dat jaar wordt de verjaring geacht nimmer geschorst te zijn geweest.