BWBR0002565
Geldig vanaf 2012-01-01
Artikel 21
Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek
1. Na het tijdstip van in werking treden van Boek 1kan onder curatelestelling slechts worden uitgesproken op grond van een der in artikel 378 van Boek 1genoemde omstandigheden, ook al is het verzoek of de vordering vóór dat tijdstip gedaan.
2. Artikel 390 van Boek 1is van toepassing wanneer de uitspraak na het tijdstip van in werking treden van Boek 1is gedaan, ook al was zij reeds vóór dat tijdstip verzocht of gevorderd.
3. Ingeval vóór het tijdstip van in werking treden van Boek 1krachtens het toen geldende artikel 495 van het Burgerlijk Wetboek een provisionele bewindvoerder is benoemd, is het in artikel 380 leden 2 en 3 van Boek 1bepaalde slechts van toepassing na wijziging van deze uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 380 lid 4 van Boek 1.
2. Artikel 390 van Boek 1is van toepassing wanneer de uitspraak na het tijdstip van in werking treden van Boek 1is gedaan, ook al was zij reeds vóór dat tijdstip verzocht of gevorderd.
3. Ingeval vóór het tijdstip van in werking treden van Boek 1krachtens het toen geldende artikel 495 van het Burgerlijk Wetboek een provisionele bewindvoerder is benoemd, is het in artikel 380 leden 2 en 3 van Boek 1bepaalde slechts van toepassing na wijziging van deze uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 380 lid 4 van Boek 1.