BWBR0002471
Geldig vanaf 2011-12-22
Artikel 7
Wet op de loonbelasting 1964
Als degene tot wie de dienstbetrekking bestaat, wordt beschouwd:
a. bij toepassing van artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b: de aanbesteder;
b. bij toepassing van artikel 3, eerste lid, onderdelen c en d: degene met wie de overeenkomst tot bemiddeling is gesloten;
c. bij toepassing van artikel 3, eerste lid, onderdeel e: degene bij wie de werkzaamheden worden verricht of de opleiding wordt genoten;
d. bij toepassing van artikel 3, eerste lid, onderdeel f: de ouder;
e. bij toepassing van artikel 3, eerste lid, onderdeel g: de coöperatie;
f. bij toepassing van artikel 3, eerste lid, onderdeel h: de vennootschap;
g. bij toepassing van artikel 4, onderdeel a: de opdrachtgever;
h. bij toepassing van artikel 4, onderdeel b: de thuiswerker;
i. bij toepassing van artikel 4, onderdeel c: degene met wie de inkomensvoorziening of kostenvergoeding is overeengekomen;
j. bij toepassing van artikel 4, onderdeel d: het lichaam;
k. bij toepassing van artikel 4, onderdelen e en f: degene die bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 4, als inhoudingsplichtige is aangewezen.
a. bij toepassing van artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b: de aanbesteder;
b. bij toepassing van artikel 3, eerste lid, onderdelen c en d: degene met wie de overeenkomst tot bemiddeling is gesloten;
c. bij toepassing van artikel 3, eerste lid, onderdeel e: degene bij wie de werkzaamheden worden verricht of de opleiding wordt genoten;
d. bij toepassing van artikel 3, eerste lid, onderdeel f: de ouder;
e. bij toepassing van artikel 3, eerste lid, onderdeel g: de coöperatie;
f. bij toepassing van artikel 3, eerste lid, onderdeel h: de vennootschap;
g. bij toepassing van artikel 4, onderdeel a: de opdrachtgever;
h. bij toepassing van artikel 4, onderdeel b: de thuiswerker;
i. bij toepassing van artikel 4, onderdeel c: degene met wie de inkomensvoorziening of kostenvergoeding is overeengekomen;
j. bij toepassing van artikel 4, onderdeel d: het lichaam;
k. bij toepassing van artikel 4, onderdelen e en f: degene die bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 4, als inhoudingsplichtige is aangewezen.